wetzoeker

Artikel 6.1 — Berekening van het ten hoogste toegestane aantal passagiers Binnenvaartregeling

Berekening van het ten hoogste toegestane aantal passagiers

1. Het vlak van de grootste inzinking wordt zodanig vastgesteld, dat zowel aan de voorschriften van de artikelen 4.1 tot en met 5.2, als aan de van toepassing zijnde voorschriften van de artikelen 2.1 tot en met 5.2 wordt voldaan.

2. Voor de berekening van het ten hoogste toegestane aantal passagiers wordt de som genomen van de vrije gedeelten van de dekoppervlakken die normaal voor passagiers zijn bestemd. Daarbij worden niet meegerekend de slaapvertrekken en toiletten, alsmede de ruimten die blijvend of tijdelijk voor de bedrijfsvoering van het schip dienen, ook al zijn deze voor passagiers toegankelijk. Voorts worden de ruimten onder het hoofddek niet meegerekend. In het hoofddek verzonken ruimten met grote vensters bovendeks mogen echter wel in aanmerking worden genomen.

3. Van de som van de volgens het tweede lid berekende oppervlakken moeten worden afgetrokken:

a. de oppervlakken van gangen, trappen en andere verbindingswegen;

b. de oppervlakken onder trappen;

c. de oppervlakken die blijvend door uitrustingsstukken en meubilair worden ingenomen en

d. de oppervlakken onder bijboten, reddingboten, reddingvlotten en dergelijke, ook wanneer deze zo hoog zijn geplaatst, dat de passagiers zich daaronder kunnen ophouden.

4. Het ten hoogste toegestane aantal passagiers wordt berekend door het aantal vierkante meters van het volgens het tweede en derde lid bepaalde vrije dekoppervlak te vermenigvuldigen met de factor 2,5. Bij schepen met een lengte lwl kleiner dan 25 m mag deze factor op 2,8 worden gesteld.

Regeling
Binnenvaartregeling
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
23-09-2026
BWB-id
BWBR0025958
Versie
2026-09-23_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl