Artikel 2 — Toepassing van de richtlijn Binnenvaartregeling
Toepassing van de richtlijn
1. Onverminderd het in deze bijlage bepaalde, voldoen rondvaartboten van het Amsterdamse grachtentype aan ES-TRIN, met uitzondering van de artikelen 3.03, eerste lid, 7.02, 7.03, achtste lid, 7.09, en 8.01, derde lid, voor zover van toepassing op de hoofdmotor, 10.02 eerste lid, 11.01 eerste lid onderdeel a, tweede en zesde lid, 11.02, tweede en derde lid, 11.03, vierde lid, 11.04, derde lid, eerste zin, 11.05, eerste lid met betrekking tot ‘en bij de voortstuwingsinstallatie worden aangegeven’, tweede lid en derde lid, 11.06, tweede lid, onderdeel a, maar alleen als uit de vermogensbalans blijkt dat dit voorschrift niet relevant is, 11.07, vierde lid, vijfde lid, onderdeel b, zesde lid, onderdeel c en achtste lid met betrekking tot ‘en op een passende plek’, 13.01, 13.02, tweede lid, onder b, derde lid, onderdelen a, c, d, e, g en h, 13.07, 13.08, eerste lid, 14.02, tweede lid en vierde lid, betreffende hekwerk of verschansing, 14.04, 14.13, 19.01, vierde lid, 19.02, tweede tot en met zestiende lid, 19.03, zevende tot en met dertiende lid, 19.05, 19.06, tweede tot en met elfde lid, dertiende lid en zeventiende lid, 19.08, eerste, derde, vijfde en zesde lid, 19.09, 19.10, derde tot en met achtste lid, 19.11, tweede lid, vijfde lid, achtste lid, onderdeel d, tiende, elfde, dertiende, zestiende en zeventiende lid, 19.12, tweede tot en met negende lid, 19.13 en 19.14.
2. Rondvaartboten van het Amsterdamse grachtentype die slechts varen op wateren van zone 4, hoeven in aanvulling op het eerste lid, niet te voldoen aan artikel 5.06.
- Regeling
- Binnenvaartregeling
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 23-09-2026
- BWB-id
- BWBR0025958
- Versie
- 2026-09-23_0