wetzoeker

Artikel 17 — Constructie Binnenvaartregeling

Constructie

1. De levering van de onderdelen van de CNG-installatie en de inbouw daarvan geschieden door dezelfde leverancier.

2. De inbouw geschiedt in overeenstemming met de constructietekeningen, genoemd in artikel 12, vierde of vijfde lid.

3. De onderdelen van de CNG-installatie zijn deugdelijk bevestigd.

4. De CNG-installatie vertoont geen lekkage.

5. De CNG-installatie is zodanig ingebouwd dat de bescherming tegen beschadiging optimaal is.

6. Geen deel van de CNG-installatie bevindt zich binnen een afstand van 0,1 meter van een uitlaat of vergelijkbare hittebron, tenzij het deel door middel van een schild afdoende tegen de hitte is beschermd.

7. Op de CNG-installatie wordt niets aangesloten dat geen verband heeft met het goed en veilig functioneren van de voortstuwingsmotor.

8. De onderdelen, genoemd in artikel 14, zijn zodanig ingebouwd dat controle eenvoudig is en de goedkeuringsmerken leesbaar zijn.

Regeling
Binnenvaartregeling
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
23-09-2026
BWB-id
BWBR0025958
Versie
2026-09-23_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl