Artikel 2 Binnenvaartregeling
1. Drijvende werktuigen voldoen aan hoofdstuk 22, met uitzondering van de artikelen 22.04 en 22.05, van ES-TRIN en aan de bepalingen in deze bijlage.
2. In afwijking van artikel 22.01 van ES-TRIN hoeft niet te worden voldaan aan de artikelen 3.03, eerste lid, onderdeel a, 3.04, zevende lid, 5.03, 5.04, 5.06, 5.07, derde lid, 5.09, 5.10, 6.02, 6.03, eerste lid, vierde lid, onderdeel c, en vijfde lid, 6.07, 7.01, tweede lid, 7.02, tweede tot en met vijfde lid, 7.09, 7.10, 8.09, 10.01, tweede lid, 10.02, 11.01 eerste lid, onderdeel a, tweede en zesde lid, 11.02, tweede en derde lid, 11.03, vierde lid, 11.04, derde lid, eerste zin, 11.05, eerste lid met betrekking tot ‘en bij de voortstuwingsinstallatie worden aangegeven’, tweede lid en derde lid, 11.06, tweede lid, onderdeel a, maar alleen als uit de vermogensbalans blijkt dat dit voorschrift niet relevant is, 11.07, vierde lid, vijfde lid, onderdeel b, zesde lid, onderdeel c en achtste lid met betrekking tot het zinsdeel: ‘en op een passende plek’, 13.01, 13.02, eerste, tweede en derde lid, onderdelen a tot en met d en g tot en met i, 13.03, eerste lid en derde tot en met zesde lid, 13.04, 13.05, eerste lid, 13.07, 13.08, eerste lid, 14.02, eerste lid en vierde lid, onderdelen a en b, 14.04, 14.05, 14.09, 15.01 tot en met 15.07 en 21.02, derde lid, van ES-TRIN.
3. In afwijking van artikel 22.01 van ES-TRIN, hoeven drijvende werktuigen en drijvende werktuigen waarvan de scheepsromp is samengesteld uit koppelbare pontons, tot 30 december 2028, niet te voldoen aan artikel 3.02, eerste lid, onderdeel b, van ES-TRIN, als is vastgesteld dat een gelijkwaardig veiligheidsniveau wordt bereikt en is voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. de fysiek niet te inspecteren ruimten zijn luchtdicht afgesloten;
b. in de bodem- en zijbeplating zijn geen dubbelplaten aangebracht; en
c. bij reparatie van bodem- en zijbeplating is het te repareren deel vervangen door een plaat van een gelijkwaardige staalsoort welke voldoet aan de minimumeisen voor plaatdikte.
4. In afwijking van artikel 22.01 van ES-TRIN en ter aanvulling op de afwijkingsmogelijkheid in het tweede lid van dit artikel, hoeven drijvende werktuigen die alleen varen op vaarweg met een klassering lager dan CEMT klasse I, niet te voldoen aan de volgende artikelen van ES-TRIN:
a. artikel 3.04, derde lid;
b. artikel 7.03, achtste lid;
c. artikel 7.04, tweede lid;
d. artikel 7.04, derde lid;
e. artikel 8.05, derde lid;
f. artikel 8.05, zesde lid, op voorwaarde dat andere passende voorzieningen zijn getroffen om te voorkomen dat brandstof uit de brandstoftank kan vloeien;
g. artikel 8.05, tiende lid, onderdeel a;
h. artikel 13.03, tweede lid, op voorwaarde dat een draagbaar blustoestel met een vulgewicht van ten minste vier kilogram aanwezig is;
i. artikel 14.13;
j. artikel 22.03, eerste lid.
- Regeling
- Binnenvaartregeling
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 23-09-2026
- BWB-id
- BWBR0025958
- Versie
- 2026-09-23_0