Bijlage 11.1 — als bedoeld in artikel 11.1 (deel 1) Binnenvaartregeling
als bedoeld in artikel 11.1
Tabel 1 catalogus met boetebedragen voor overtredingen van de artikelen 5, 6, 7, 8, 10, 11, 12, 13, 21, 22, 23, 25, 28, 31, 33, 36, 37, 43 en 46 Binnenvaartwet
Artikel Bvw | Rijn, Waal, en Lek jo. artikelen Bvw, Bvb, Bvr, Rsp | Overige wateren jo. artikelen Bvw, Bvb, Bvr, Rsp | Omschrijving overtreding | Boetebedrag | Feitcode
Hoofdstuk 2 Bvw: Toegang tot de markt
5 lid 1 | 2 Bvb | 2 Bvb | Bedrijfsmatig vervoer van goederen of personen verrichten zonder dat het schip is voorzien van een geldig document van toelating. | € 500,– | BVW 2.0.001
6 lid 1 | 2.2 Bvr | 2.2 Bvr | Aan de onderneming die bedrijfsmatig goederenvervoer verricht, anders dan bestemd voor of afkomstig van de eigen onderneming, is geen persoon verbonden aan wie een bewijs van vakbekwaamheid is afgegeven. | € 1.250,– | BVW 2.0.005
6 lid 1 | | | De aan de onderneming verbonden vakbekwame persoon geeft niet daadwerkelijk en bij voortduring leiding aan de vervoersactiviteit van die onderneming. | € 1.250,– | BVW 2.0.006
6 lid 6 | | | Als onderneming handelen in strijd met de aan de vrijstelling of ontheffing verbonden voorschriften betreffende de vakbekwaamheid. | € 1.250,– | BVW 2.0.007
Hoofdstuk 3 paragraaf 1 Bvw: Certificaat van onderzoek
7 lid 1 | 7 lid 2 Bvw jo. 6 Bvb | 7 lid 2 Bvw jo. 6 Bvb | Een bij categorie aangewezen schip gebruiken zonder het vereiste certificaat van onderzoek. | € 1.250,– 2) | BVW 3.1.001
8 lid 3 | | | Een binnenschip gebruiken in strijd met de van toepassing zijnde technische voorschriften. | Max. € 5.000,– 1, 2) | BVW 3.1.003
10 lid 2 | | | Een binnenschip gebruiken in strijd met de in het certificaat van onderzoek opgenomen voorschriften. | Max. € 5.000,– 1, 2) | BVW 3.1.025
11 | | | Als eigenaar of gezagvoerder een binnenschip gebruiken zonder dat de minister of de bevoegde autoriteit onverwijld in kennis is gesteld van een belangrijke schade en herstel daarvan of verbouwing en andere ingrijpende wijzigingen of overgang van eigendom. | € 500,– 2) | BVW 3.1.027
12 | | | Een schip gebruiken waarvan de toestand, het gebruik en de uitrusting niet in overeenstemming is met hetgeen is vastgelegd in het vereiste geldige certificaat van onderzoek. | Max. € 5.000,– 1, 2) | BVW 3.1.029
13 lid 4 | | | Een binnenschip gebruiken in strijd met de voorschriften die aan een vrijstelling of ontheffing met betrekking tot de technische staat zijn verbonden. | Max € 5.000,– 1, 2) | BVW 3.1.031
Hoofdstuk 3 paragraaf 2 Bvw: Scheepsmeting
21 lid 1 | 4.16 Bvr | 4.16 Bvr | Een schip gebruiken zonder geldige meetbrief. | € 1.000,– 2) | BVW 3.2.001
Hoofdstuk 3 paragraaf 3: Bemanning
22 lid 9 | 22 lid 7 Bvw jo. 1.9 Bvr jo. 1.7 Bvr jo. 18.01, lid 1 en lid 3, Rsp | 22 lid 7 Bvw jo. 5.4 lid 1 Bvr jo. 18.01, lid 1 en lid 3, Rsp | Als werkgever of gezagvoerder bij de exploitatiewijze A1 meer dan 14 uur varen in een periode van 24 uur dan wel meer dan 16 uur varen indien gebruik gemaakt kan worden van de mogelijkheid om éénmaal per week de vaartijd te verlengen overeenkomstig de voorwaarden van artikel 18.01, lid 2, Rsp. | € 500,– voor elk uur of deel van een uur meer varen 2) | BVW 3.3.001
22 lid 9 | 22 lid 7 Bvw jo. 1.9 Bvr jo. 1.7 Bvr jo. 18.01, lid 1 en lid 3, Rsp | 22 lid 7 Bvw jo. 5.4 lid 1 Bvr jo. 18.01, lid 1 en lid 3, Rsp | Als werkgever of gezagvoerder bij de exploitatiewijze A1, respectievelijk A2 de vaart niet gedurende acht, respectievelijk zes aaneengesloten uren onderbreken telkens binnen een periode van 24 uur. | € 500,– voor elk uur of deel van een uur meer varen 2) | BVW 3.3.002
22 lid 9 | 22 lid 7 Bvw jo. 1.9 Bvr jo. 1.7. Bvr jo. 18.03 Rsp | 22 lid 7 Bvw jo. 5.5 Bvr jo. 18.03 Rsp | Als werkgever of gezagvoerder, de voor de bemanning voorgeschreven rusttijd, niet in acht nemen bij wisseling van exploitatiewijze. | € 300,– voor elk uur meer dan 1 uur rust tekort 2) | BVW 3.3.033
22 lid 9 | 22 lid 7 Bvw jo. 1.9 Bvr jo. 1.7 Bvr jo. 18.03 Rsp | 22 lid 7 Bvw jo. 5.5 Bvr jo. 18.03 Rsp | Als werkgever of gezagvoerder wisselen van exploitatiewijze terwijl zich niet de voorgeschreven versterking aan boord bevindt. | € 1.000,– 2) | BVW 3.3.093
22 lid 9 | 22 lid 7 Bvw jo. 1.9 Bvr jo. 1.7 Bvr jo. 17.01, lid 1, Rsp jo. 19.02, lid 1, Rsp | 22 lid 7 Bvw jo. 5.8. en 5.6. lid 1 Bvr jo. 19.02, lid 1, Rsp | Als werkgever of gezagvoerder nalaten om tijdens de vaart voortdurend de minimumbemanning aan boord te hebben volgens de voorgeschreven tabel minimumbemanning van motorschepen en duwboten:
Voor elke schipper tekort | € 5.000,– 2) | BVW 3.3.097
Voor elke stuurman tekort | € 4.000,– 2) | BVW 3.3.098
Voor elke volmatroos tekort | € 3.500,– 2) | BVW 3.3.099
Voor elke matroos tekort | € 3.000,– 2) | BVW 3.3.100
Voor elke lichtmatroos tekort | € 2.500,– 2) | BVW 3.3.101
22 lid 9 | 22 lid 7 Bvw jo. 1.9 Bvr jo. 1.7 Bvr jo. 17.01, lid 1, Rsp jo. 19.03, lid 1, Rsp | 22 lid 7 Bvw jo. 5.8 en 5.6 lid 4 Bvr jo. bijlage 5.1 Bvr | Als werkgever of gezagvoerder nalaten om tijdens de vaart voortdurend de minimumbemanning aan boord te hebben op hechte samenstellen:
Voor elke schipper tekort | € 5.000,– 2) | BVW 3.3.113
Voor elke stuurman tekort | € 4.000,– 2) | BVW 3.3.114
Voor elke machinist of matroos motordrijver tekort | € 4.000,– 2) | BVW 3.3.115
Voor elke volmatroos tekort | € 3.500,– 2) | BVW 3.3.116
Voor elke matroos tekort | € 3.000,– 2) | BVW 3.3.117
Voor elke lichtmatroos tekort | € 2.500,– 2) | BVW 3.3.118
22 lid 9 | 22 lid 7 Bvw jo. 1.9 Bvr jo. 1.7 Bvr jo. 17.01, lid 1, Rsp jo. 19.04, lid 1, Rsp | 22 lid 7 Bvw jo. 5.8 en 5.6 lid 4 Bvr jo. bijlage 5.2 Bvr | Als werkgever of gezagvoerder nalaten om tijdens de vaart voortdurend de minimumbemanning aan boord te hebben op schepen voor dagtochten.
Voor elke schipper tekort | € 5.000,– 2) | BVW 3.3.135
Voor elke stuurman tekort | € 4.000,– 2) | BVW 3.3.136
Voor elke machinist of matroos motordrijver tekort | € 4.000,– 2) | BVW 3.3.137
Voor elke volmatroos tekort | € 3.500,– 2) | BVW 3.3.138
Voor elke matroos tekort | € 3.000,– 2) | BVW 3.3.139
Voor elke lichtmatroos tekort | € 2.500,– 2) | BVW 3.3.140
22 lid 9 | 22 lid 7 Bvw jo. 1.9 Bvr jo. 1.7 Bvr jo. 17.01, lid 1, Rsp jo. 19.04, lid 2, Rsp | 22 lid 7 Bvw jo. 5.8 en 5.6 lid 4 Bvr jo. bijlage 5.3 Bvr | Als werkgever of gezagvoerder nalaten om tijdens de vaart voortdurend de minimumbemanning aan boord te hebben op stoomschepen voor dagtochten.
Voor elke schipper tekort | € 5.000,– 2) | BVW 3.3.159
Voor elke stuurman tekort | € 4.000,– 2) | BVW 3.3.160
Voor elke machinist of matroos motordrijver tekort | € 4.000,– 2) | BVW 3.3.161
Voor elke volmatroos tekort | € 3.500,– 2) | BVW 3.3.162
Voor elke matroos tekort | € 3.000,– 2) | BVW 3.3.163
Voor elke lichtmatroos tekort | € 2.500,– 2) | BVW 3.3.164
22 lid 9 | 22 lid 7 Bvw jo. 1.9 Bvr jo. 1.7 Bvr jo. 17.01, lid 1, Rsp jo. 19.04, lid 3, Rsp | 22 lid 7 Bvw jo. 5.8 en 5.6 lid 4 Bvr jo. bijlage 5.4 Bvr | Als werkgever of gezagvoerder nalaten om tijdens de vaart voortdurend de minimumbemanning aan boord te hebben op hotelschepen.
Voor elke schipper tekort | € 5.000,– 2) | BVW 3.3.183
Voor elke stuurman tekort | € 4.000,– 2) | BVW 3.3.184
Voor elke machinist of matroos motordrijver tekort | € 4.000,– 2) | BVW 3.3.185
Voor elke volmatroos tekort | € 3.500,– 2) | BVW 3.3.186
Voor elke matroos tekort | € 3.000,– 2) | BVW 3.3.187
Voor elke lichtmatroos tekort | € 2.500,– 2) | BVW 3.3.188
22 lid 9 | n.v.t. zie definitie veerboten | 22 lid 7 Bvw jo. 5.8 en 5.6 lid 4 Bvr jo. bijlage 5.5 Bvr | Als werkgever of gezagvoerder nalaten om tijdens de vaart voortdurend de minimumbemanning aan boord te hebben op veerboten.
Voor elke schipper tekort | € 5.000,– 2) | BVW 3.3.203
Voor elke stuurman tekort | € 4.000,– 2) | BVW 3.3.204
Voor elke eerste machinist tekort | € 4.000,– 2) | BVW 3.3.205
Voor elke tweede machinist tekort | € 4.000,– 2) | BVW 3.3.206
Voor elke deksman tekort | € 2.500,– 2) | BVW 3.3.208
- Regeling
- Binnenvaartregeling
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 23-09-2026
- BWB-id
- BWBR0025958
- Versie
- 2026-09-23_0