wetzoeker

Artikel 1 Regeling vaststelling bedrag vrijstelling uit vermogen ingevolge de wetten voor oorlogsgetroffenen per 1 januari 2001

De bedragen, genoemd in artikel 19, vijfde lid, onder a, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, alsmede in de artikelen 12, tweede lid, onder b, van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, 11, tweede lid, onder b, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, 16, tweede lid, onder b, ten tweede, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet en bedoeld in artikel 28, vierde lid, onder a, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, worden als volgt herzien:

a. het bedrag, genoemd in artikel 19, vijfde lid, onder a, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, wordt verhoogd tot f 1.428,-;

b. het bedrag, genoemd in de artikelen 12, tweede lid, onder b, van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, 11, tweede lid, onder b, van de Wet buitengewoon zeelieden-oorlogsslachtoffers en 16, tweede lid, onder b, ten tweede, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, wordt verhoogd tot veertienhonderdachtentwintig gulden;

c. het vrij te laten bedrag, bedoeld in artikel 28, vierde lid, onder a, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, wordt vastgesteld op f 1.428,- per jaar.

Regeling
Regeling vaststelling bedrag vrijstelling uit vermogen ingevolge de wetten voor oorlogsgetroffenen per 1 januari 2001
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2001
BWB-id
BWBR0025864
Versie
2001-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl