wetzoeker

Regeling vacatiegelden accountantskamer

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
22-05-2009
Rechtsgebied
Tuchtrecht
Ministerie
Financiën
BWB-id
BWBR0025859
Versie
2009-05-22_0
SHA-256 bron
a679eb7c389e8fc8e5ce24b32e1d9b5a2f742e602b3bc467eb9357f656d39fdd

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (2)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2

Artikel 1

1 Het vacatiegeld, bedoeld in artikel 19, derde lid, van de Wet tuchtrechtspraak accountants bedraagt per zitting een bedrag dat gelijk is aan de vergoeding die ingevolge artikel 9, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren geldt voor raadsheren-plaatsvervangers.

2 Voor de toepassing van het eerste lid worden zittingen die op één dag worden gehouden, samen als één zitting beschouwd.

3 De voorzitter van de accountantskamer kan besluiten dat een vergoeding overeenkomstig het eerste lid aan een lid of plaatsvervangend lid als bedoeld in artikel 19, derde lid, van de Wet tuchtrechtspraak accountants wordt toegekend voor het concipiëren van een uitspraak in een zaak waarin geen zitting heeft plaatsgevonden.

4 De voorzitter van de accountantskamer kan besluiten dat een vergoeding overeenkomstig artikel 19, vierde lid, van de Wet tuchtrechtspraak accountants wordt toegekend aan een lid of plaatsvervangend lid als bedoeld in artikel 19, derde lid, van die wet voor het verrichten van deskundigenonderzoek.

Artikel 2

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 mei 2009.