wetzoeker

Artikel 1.43 Regeling voertuigen

1. CNG-tanks zijn te onderscheiden in vier typen:

a. volledig metaal (staal of aluminium) (type CNG-1);

b. metalen tank met vezelversterkt cilindrisch deel (type CNG-2);

c. metalen binnentank met volledig vezelversterkte buitentank (type CNG-3);

d. kunststof binnentank met volledig vezelversterkte buitentank (type CNG-4).

2. De geldigheidstermijn tot de eerstvolgende periodieke controle zoals voorgeschreven door de fabrikant van de CNG-tank mag niet zijn overschreden.

3. Bij elk CNG-tank moet een verklaring van de fabrikant van de tank aanwezig zijn betreffende het controleprogramma en de procedure voor de periodieke controle zoals de herkeurfrequentie, de testmethode en de afkeurcriteria.

4. De CNG-tank moet permanent aan het motorvoertuig zijn bevestigd en mag niet in de motorruimte zijn geplaatst.

5. De CNG-tank moet zodanig zijn bevestigd dat er geen metallisch contact bestaat, met uitzondering van de vaste bevestigingspunten aan de CNG-tank.

6. De CNG-tank moet, onverminderd het bepaalde in de artikelen 1.46 en 1.53, overeenkomstig de aanwijzingen van de fabrikant van de tank zijn aangebracht.

Regeling
Regeling voertuigen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0025798
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl