wetzoeker

Artikel 1.39 Regeling voertuigen

1. Op de CNG-installatie mogen geen andere verbruikers zijn aangesloten dan die welke strikt noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van de motor van het motorvoertuig.

2. In afwijking van het eerste lid, mag een voertuig zijn voorzien van een verwarmingsinstallatie die is aangesloten op de CNG-installatie en bedoeld is voor het verwarmen van de personenruimte en de laadruimte.

3. De verwarmingsinstallatie, bedoel in het tweede lid, is naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer voldoende beveiligd en beïnvloedt de vereiste werking van de normale CNG-installatie niet.

Regeling
Regeling voertuigen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0025798
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl