wetzoeker

Artikel 1.37 Regeling voertuigen

1. Indien de CNG-tank is aangebracht in de personenruimte of in de gesloten laadruimte van het voertuig, moet deze zijn voorzien van een gasdichte behuizing.

2. Gasleidingen en -slangen die in de personenruimte of in de gesloten laadruimte van het voertuig aanwezig zijn, mogen niet langer zijn dan noodzakelijk is om vanuit de CNG-tank één van beide zijkanten van het motorvoertuig te bereiken.

3. In de personenruimte of gesloten laadruimte mogen geen gasvoerende verbindingen aanwezig zijn met uitzondering van:

a. de verbindingen in de gasdichte behuizing, en

b. de verbinding tussen gasleiding of -slang en de vulaansluiting indien deze verbinding is voorzien van een omkapseling die bestand is tegen CNG en in open verbinding staat met de buitenlucht.

4. Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing, indien het een bus betreft en de gasleidingen zijn voorzien van een omkapseling die bestand is tegen CNG en in open verbinding staan met de buitenlucht.

Regeling
Regeling voertuigen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0025798
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl