wetzoeker

Artikel 1.32 Regeling voertuigen

Een CNG-installatie moet ten minste zijn voorzien van de volgende onderdelen:

a. een CNG-tank;

b. een overdrukbeveiliging ten behoeve van de tank;

c. een automatische tankafsluiter;

d. een drukindicator of brandstofmeter;

e. een drukregelaar;

f. een automatische afsluitklep die gecombineerd mag zijn met de drukregelaar;

g. een vulaansluiting;

h. gasleidingen en flexibele slangen;

i. gasvoerende verbindingen tussen de CNG-onderdelen;

j. een inspuitstuk dan wel gasmengstuk;

k. een handafsluiter;

l. een gasregeleenheid;

m. een doorstroombegrenzer;

n. een elektronische controle-eenheid;

o. een gasdichte behuizing, indien CNG-onderdelen zich in de personenruimte of gesloten laadruimte bevinden.

Regeling
Regeling voertuigen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0025798
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl