wetzoeker

Artikel 142a Regeling voertuigen

1. De spiegels waarmee de bestuurder het wegdek naast het voertuig aan de linker- en rechterzijde kan overzien van een mobiele machine moeten zodanig zijn geplaatst dat de bestuurder daarmee op een hoogte van 1,00 m boven het wegdek aan zowel de linkerzijde als de rechterzijde, zoals weergegeven in figuur 54a:

a. een vlak tussen 0,50 m en 2,00 m van de aan de lengte-as van het voertuig evenwijdig liggende lijn door het breedste punt van de totale breedte van het voertuig kan overzien;

b. vanaf de lijn van 90 graden vanaf de bestuurderszitplaats naar achteren op een afstand van 1,75 m kan kijken; en

c. vanaf de lijn van 90 graden vanaf de bestuurderszitplaats naar voren op een afstand van 1,00 m kan kijken.

2. Als het verticale dwarsvlak door de voorste zijde van de mobiele machine op minder dan 1,00 m is gelegen van de oogpunten van de bestuurder, mag de afstand, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, beperkt zijn tot de eerstgenoemde afstand.

3. Eén afscherming in het zichtveld, zoals weergegeven in figuur 54a, is toegestaan als deze nergens een ronde schijf met een diameter van 0,30 m geheel aan het zicht onttrekt.

4. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op mobiele machines zonder spiegels als bedoeld in het eerste lid waarbij de bestuurder de vereiste gezichtsvelden kan verkrijgen door direct zicht of op mobiele machine waarbij de vereiste gezichtsvelden kan verkrijgen in combinatie met spiegels en direct zicht.

Regeling
Regeling voertuigen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0025798
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl