wetzoeker

Artikel 40 — Controle werking emissiebeheersingssysteem Regeling voertuigen

Controle werking emissiebeheersingssysteem

1. De goede werking van het emissiebeheersingssysteem wordt gecontroleerd door meting van de lambdawaarde en het koolmonoxidegehalte van de uitlaatgassen bij verhoogd toerental en door meting van het koolmonoxidegehalte bij stationair toerental.

2. Voor elke meting wordt gecontroleerd of de motor en het emissiebeheersingssysteem op bedrijfstemperatuur zijn. Hieraan wordt voldaan, indien de motor gedurende drie minuten op een toerental van ongeveer 3.000 omw/min heeft gedraaid en:

a. een proefrit heeft plaatsgevonden, of

b. de motorolietemperatuur minimaal 80 °C bedraagt.

De motorolietemperatuur moet worden gecontroleerd met behulp van een deugdelijke olietemperatuurmeter.

Regeling
Regeling voertuigen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0025798
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl