wetzoeker

Artikel 11 — Wijze van inslag Regeling voertuigen

Wijze van inslag

1. Een door de Dienst Wegverkeer ingeslagen voertuigidentificatienummer wordt gekenmerkt door het woord ‘RDW’ met sluittekens, die direct voor en achter het voertuigidentificatienummer zijn ingeslagen en ten opzichte van dat voertuigidentificatienummer 90° zijn gedraaid.

2. Het door de Dienst Wegverkeer vastgestelde of toegekende voertuigidentificatienummer wordt ingeslagen:

a. in de rechter chassisbalk, indien het een voertuig betreft dat is voorzien van een volledig of semi-dragend chassis;

b. in de rechterzijde van de carrosserie, indien het een voertuig betreft dat is voorzien van een volledig zelfdragende carrosserie;

c. in de rechterzijde van het frame, indien het een voertuig betreft dat is voorzien van een frame;

d. in de rechterzijde van de motor, indien de motor het enige hoofdonderdeel is.

3. Het voertuigidentificatienummer wordt door de Dienst Wegverkeer ingeslagen op een plaats die afwijkt van de oorspronkelijke, door de voertuigfabrikant gebruikte plaats.

4. Indien door de Dienst Wegverkeer een voertuigidentificatienummer wordt ingeslagen, wordt een eventueel in het betreffende hoofdonderdeel nog aanwezig gestructureerde combinatie van tekens, niet zijnde een voertuigidentificatienummer van een basisvoertuig als bedoeld in bijlage IX van verordening (EU) 2018/858, leesbaar doorgehaald.

5. Indien het voertuigidentificatienummer niet kan worden ingeslagen overeenkomstig de voorgaande leden, wordt het aangebracht op een door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze.

Regeling
Regeling voertuigen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0025798
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl