wetzoeker

Artikel 5.6a.31 Regeling voertuigen

Reminrichting

Eisen | Wijze van keuren

1. | Bijzondere bromfietsen moeten zijn voorzien van een goedwerkend remsysteem, waarvan de onderdelen: a. deugdelijk zijn bevestigd met de daarvoor bestemde bevestigings- en borgmiddelen; b. niet door corrosie zijn aangetast; c. niet zijn beschadigd, gescheurd of gebroken; en d. geen inwendige of uitwendige lekkage vertonen; e. niet aanlopen; f. niet langs voertuigdelen schuren. | Leden 1 en 2: visuele controle, waarbij een rijproef wordt uitgevoerd.

2. | Het voertuig mag als gevolg van het remmen of van een snelheidsvermindering geen zijwaartse beweging maken.

3. | De remhendel of het rempedaal maakt geen zodanige slag dat deze tot een aanslag kan worden ingedrukt of ingetrapt. | Controle waarbij het rempedaal wordt ingetrapt met een kracht van ten hoogste 500 N (50 kg). Bij een remhendel moet dit worden uitgevoerd met de maximale handkracht.

4. | De remkabels zijn niet gerafeld en goed gangbaar. | Visuele controle, waarbij de rem wordt bediend.

5. | De bediening van het remsysteem wordt door geen enkel onderdeel van de bijzondere bromfiets belemmerd. | Leden 5 en 6: visuele controle.

6. | Indien de bijzondere bromfiets is voorzien van een hydraulisch remsysteem, bevindt het remvloeistofniveau zich niet onder het minimum.

Regeling
Regeling voertuigen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0025798
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl