wetzoeker

Artikel 5.4.57 Regeling voertuigen

Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen

Eisen | Wijze van Keuren

1. | Motorfietsen mogen zijn voorzien van: | Leden 1 tot en met 4: visuele controle.

a. één extra groot licht;

b. één extra dimlicht;

c. één extra stadslicht;

d. één of twee mistvoorlichten;

e. één of twee mistachterlichten;

f. waarschuwingsknipperlichten;

g. één of twee parkeerlichten;

h. ambergele retroreflectoren aan de voorste zijkanten van het voertuig, ambergele of rode retroreflectoren aan de achterste zijkanten van het voertuig;

i. één witte retroreflector aan de voorzijde van het voertuig;

j. werklichten;

k. één extra achterlicht;

l. één of twee extra remlichten;

m. één of twee dagrijlichten;

n. één of twee bochtlichten.

2. | Lichten die ingevolge artikel 5.4.51 verplicht zijn gesteld voor voertuigen die na een in dat artikel genoemd tijdstip in gebruik zijn genomen, mogen zijn aangebracht op voertuigen die voor of op dat tijdstip in gebruik zijn genomen, mits wordt voldaan aan de in artikel 5.4.53 met betrekking tot die lichten gestelde eisen.

3. | Motorfietsen mogen zijn voorzien van extra witte retroreflecterende voorzieningen aan de voorzijde, extra rode aan de achterzijde en extra ambergele aan de zijkanten van het voertuig.

4. | Indien een motorfiets is verbonden aan een zijspanwagen mag de combinatie voorzien zijn van ten hoogste twee dagrijlichten.

Regeling
Regeling voertuigen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0025798
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl