wetzoeker

Artikel 5.4.27 Regeling voertuigen

Ophanging

Eisen | Wijze van Keuren

1. | De wielen van motorfietsen moeten zijn voorzien van luchtbanden. | Visuele controle.

2. | De banden mogen geen beschadigingen vertonen waarbij het karkas zichtbaar is. | Leden 2 en 3: visuele controle, waarbij het wiel wordt rondgedraaid.

3. | De banden mogen geen uitstulpingen vertonen.

4. | De profilering van de hoofdgroeven van de banden moet over de gehele omtrek van het loopvlak ten minste 1,0 mm bedragen, met uitzondering van slijtage-indicatoren. | Visuele controle, waarbij het wiel wordt rondgedraaid. In geval van twijfel wordt de profieldiepte gemeten met een profieldieptemeter.

5. | De banden mogen niet zijn nageprofileerd. Van naprofileren is sprake indien slijtage-indicatoren zijn weggesneden, indien de profielvorm van de groef afwijkt van de originele profielvorm, of indien in de bodem van de groef het karkas van de band zichtbaar is. | Leden 5 en 6: visuele controle, waarbij het wiel wordt rondgedraaid.

6. | Het loopvlak van de banden mag geen metalen elementen bevatten die tijdens het rijden daarbuiten kunnen uitsteken.

7. | De op de band aangegeven draairichting moet overeenkomen met de draairichting van de band in voorwaartse rijrichting van de motorfiets. | Visuele controle.

Regeling
Regeling voertuigen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0025798
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl