wetzoeker

Artikel 5.2.53 Regeling voertuigen

Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen

Eisen | Wijze van Keuren

1. | De grote lichten, dimlichten, stadslichten en achteruitrijlichten mogen niet anders dan wit of geel stralen. | Leden 1 tot en met 9: visuele controle, waarbij de desbetreffende lichten worden ingeschakeld.

2. | De richtingaanwijzers en waarschuwingsknipperlichten mogen naar voren niet anders dan ambergeel of wit en naar achteren niet anders dan ambergeel of rood stralen.

3. | De zijrichtingaanwijzers mogen niet anders dan ambergeel stralen.

4. | De achterlichten en mistachterlichten mogen niet anders dan rood stralen.

5. | De remlichten mogen niet anders dan rood of ambergeel stralen.

6. | Het derde remlicht mag niet anders dan rood stralen.

7. | De achterkentekenplaatverlichting mag niet anders dan wit stralen en mag niet naar achteren stralen.

8. | De markeringslichten mogen naar voren niet anders dan wit, en naar achteren niet anders dan rood stralen.

9. | De zijmarkeringslichten mogen niet anders dan ambergeel stralen, met uitzondering van het achterste zijmarkeringslicht, dat ambergeel dan wel rood mag stralen.

Regeling
Regeling voertuigen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0025798
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl