wetzoeker

Artikel 5.12.68 Regeling voertuigen

Verbinding tussen trekkend motorvoertuig en aanhangwagen

Eisen | Wijze van Keuren

1. | Indien de aanhangwagen is voorzien van een trekoog met een nominale inwendige diameter van 40 mm: a. mag de inwendige diameter van het trekoog niet meer dan 41,5 mm bedragen, en b. moet de dikte van het trekoog ten minste 28,0 mm bedragen. | Leden 1 tot en met 3: – Onderdelen a: er wordt in alle richtingen gemeten met een geschikt meetmiddel, bijvoorbeeld een kaliber. – Onderdelen b: ter plaatse van de slijtagevlakken wordt gemeten met een geschikt meetmiddel.

2. | Indien de aanhangwagen is voorzien van een trekoog met een nominale inwendige diameter van 50 mm:

a. mag de inwendige diameter van het trekoog niet meer dan 52,5 mm bedragen, en

b. moet de dikte van het trekoog ten minste 41,5 mm bedragen.

3. | Indien de aanhangwagen is voorzien van een trekoog met een nominale inwendige diameter van 57,5 mm:

a. mag de inwendige diameter van het trekoog niet meer dan 59,5 mm bedragen, en

b. moet de dikte van het trekoog ten minste 19 mm bedragen.

4. | Het trekoog mag: a. niet zijn vervormd of gescheurd; b. niet zijn voorzien van een ingelaste trekoogbus; c. niet zijn hersteld door middel van lassen of oplassen. | Visuele controle.

Regeling
Regeling voertuigen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0025798
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl