wetzoeker

Artikel 5.1.4a Regeling voertuigen

Algemeen

1 Het is de eigenaar of houder van een motorvoertuig als bedoeld in artikel 2 van verordening (EG) 595/2009 verboden om:

a. zodanig daarmee te laten handelen of handelen na te laten waardoor de werking van een emissiebeheersingssysteem wordt beïnvloed;

b. daarmee te laten rijden, indien het voertuig is voorzien van een voorziening met het kennelijke doel om de werking van een emissiebeheersingssysteem te beïnvloeden.

2 Het is de bestuurder van een motorvoertuig als bedoeld in artikel 2 van verordening (EG) 595/2009 verboden om:

a. zodanig te handelen of handelen na te laten waardoor de werking van een emissiebeheersingssysteem wordt beïnvloed; of

b. daarmee te rijden indien het voertuig is voorzien van een voorziening met het kennelijke doel om de werking van een emissiebeheersingssysteem te beïnvloeden.

3 Het is de bestuurder van een motorvoertuig als bedoeld in artikel 2 van verordening (EG) 595/2009 verboden daarmee te rijden of de eigenaar of houder verboden daarmee te laten rijden, indien het emissiebeheersingssysteem defect is, waarbij het rijden of daarmee laten rijden van een voertuig met een defect emissiebeheersingssysteem gelijk is aan het in strijd handelen met de verplichtingen, bedoeld in het eerste of tweede lid.

4 Er is sprake van een vermoeden van de beïnvloeding van de correcte werking van een emissiebeheersingssysteem, indien het voertuig de emissiegrenswaarde van 40 ppm overschrijdt. Indien sprake is van het vermoeden van overschrijding van die emissiegrenswaarde, geschiedt de controle op de wijze, bepaald in bijlage VIII, artikelen 45h tot en met 45j.

Regeling
Regeling voertuigen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0025798
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl