wetzoeker

Paragraaf 3.3.2 — voorlichtingsfase Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland

voorlichtingsfase

Om een naturalisatieverzoek in het buitenland te kunnen indienen moet de aspirant-verzoeker (vóór indiening van het verzoek) kunnen aantonen het inburgeringsexamen met goed gevolg te hebben afgelegd. Indien het inburgeringsexamen nog niet werd behaald en dit op de post wordt afgelegd dient betrokkene de volgende vijf onderdelen af te leggen:

1. Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM);

2. Schrijfvaardigheid;

3. Leesvaardigheid;

4. Luistervaardigheid;

5. Spreekvaardigheid.

Indien de verzoeker het inburgeringsexamen dient af te leggen, deelt de Minister van Buitenlandse Zaken dit aan hem mee en wordt in overleg met verzoeker en de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) een plaats en datum bepaald waarop het examen afgelegd kan worden. De Minister van Buitenlandse Zaken stelt de aspirant-verzoeker op de hoogte van de onderdelen van het examen die afgelegd dienen te worden, het te behalen niveau, de wijze waarop het examen is ingericht, de volgorde en de kosten die betaald dienen te worden (€ 350). De Minister van Buitenlandse Zaken deelt aan de verzoeker mee dat de beoordeling van het inburgeringsexamen zal geschieden door DUO. De DUO informeert kandidaat over de examenuitslag. Ook wordt verzoeker in dit stadium gewezen op de mogelijkheid in aanmerking te komen voor (gedeeltelijke) vrijstelling of ontheffing. Voor de procedure hieromtrent wordt verwezen naar de betreffende paragrafen hieronder.

Indien verzoeker het inburgeringsexamen wenst af te leggen, laat de Minister van Buitenlandse Zaken hem een aanmeldingsformulier invullen, dat door verzoeker dient te worden ondertekend. Verzoeker voldoet het daarvoor geldende tarief aan de Minister van Buitenlandse Zaken. De Minister van Buitenlandse Zaken handelt overeenkomstig het examenreglement naturalisatietoets in het buitenland (artikel 3, vijfde lid, Regeling naturalisatietoets Nederland).

Op de dag dat verzoeker het examen aflegt, stelt de Minister van Buitenlandse Zaken de ruimte aan hem ter beschikking, alsook de andere middelen die voor het afleggen van het examen benodigd zijn (hoofdtelefoon, microfoon, computer). De verzoeker identificeert zich bij deelname aan het examen door middel van een geldig nationaal paspoort.

De examenleider legt uit welke examenonderdelen aan bod komen en geeft uitleg over het gebruik van de apparatuur. Indien betrokkene de instructies heeft begrepen vangt het examen aan.

In geval betrokkene niet alle onderdelen heeft behaald wordt betrokkene ontraden een verzoek om naturalisatie in te dienen. De Minister van Buitenlandse Zaken stelt verzoeker in kennis van die onderdelen die niet zijn behaald en wijst hem op de mogelijkheid om het examen of onderdelen daarvan opnieuw af te leggen. Staat betrokkene er in dit stadium toch op een verzoek in te dienen, dan wordt zijn verzoek in ontvangst genomen. In dit geval wordt verzoeker door de Minister van Buitenlandse Zaken erop gewezen dat zijn verzoek om naturalisatie door de IND zal worden afgewezen, en dat hij de voor naturalisatie te betalen leges niet terug zal ontvangen. De Minister van Buitenlandse Zaken kan verlangen dat verzoeker een verklaring ondertekent als opgenomen in model 2.21a HRWN. De Minister van Buitenlandse Zaken neemt in zijn advies op dat hij in geval van betrokkene negatief adviseert inzake de verlening van het Nederlanderschap. Zie verder onder artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, paragraaf 6.3.1.3, HRWN.

Het diploma inburgering of de negatieve resultatenbrief wordt door de Dienst Uitvoering Onderwijs aan de examenkandidaat uitgereikt door tussenkomst van de Minister van Buitenlandse Zaken of aan de examenkandidaat toegezonden. Betrokkene wordt als hij in het bezit is van het inburgeringsdiploma in de gelegenheid gesteld een naturalisatieverzoek in te dienen. Het verzoek dient -in beginsel- te worden ingediend op de diplomatieke of consulaire post waar verzoeker het inburgeringsexamen met goed gevolg heeft afgelegd.

Overgangsrecht

Voor 1 juli 2019 behaalde examenonderdelen gelden als behaald voor de overeenkomstige onderdelen van de vanaf 1 juli 2019 afgenomen naturalisatietoets. De niet eerder behaalde examenonderdelen moeten nog wel behaald worden volgens de nieuwe werkwijze.

In onderstaande tabel zijn de oude en overeenkomstige nieuwe onderdelen van het inburgeringsexamen buitenland opgenomen.

Oud: | Nieuw:

KNS | KNM

Spreken A2 | Spreken A2

EPE | Lezen A2 en Luisteren A2

- | Schrijven A2

Voorbeeld

Een verzoeker heeft voor 1 juli 2019 alleen het onderdeel EPE gehaald. Verzoeker hoeft de overeenkomstige onderdelen Lezen en Luisteren dus niet te doen. De (nieuwe) onderdelen KNM, Spreken, en Schrijven moet de verzoeker nog wel behalen, voordat hij zijn inburgeringsdiploma kan ontvangen.

Regeling
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0025740
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl