wetzoeker

Paragraaf 3.2.1 — fictieve toets bij buiten het Koninkrijk ingediende verzoeken Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland

fictieve toets bij buiten het Koninkrijk ingediende verzoeken

Weliswaar geldt voor de onder lid 2 bedoelde verzoekers niet het vereiste van vijf jaar onafgebroken toelating en hoofdverblijf (artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c, RWN), maar het vereiste van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, RWN geldt onverkort. Derhalve dient ambtshalve aan de hand van de voorwaarden in het vreemdelingenbeleid die op de verzoeker van toepassing zouden zijn – indien hij om toelating in Nederland zou vragen – te worden beoordeeld of de verzoeker in aanmerking zou kunnen komen voor een verblijfsrecht, mits hij daar om zou vragen. Alleen indien aan hem een verblijfsrecht van niet-tijdelijke aard verleend zou kunnen worden, voldoet hij aan het vereiste in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b. RWN.

Opdat de IND kan beoordelen of de verzoeker in aanmerking komt voor toelating voor onbepaalde tijd, is van belang dat bij het verzoek de nodige stukken worden overgelegd die relevant zijn voor een mogelijk verblijfsdoel en een fictieve verblijfstoets. Indien verzoeker gehuwd is met een Nederlander, wordt ambtshalve getoetst of hij voldoet aan de voorwaarden voor gezinshereniging of gezinsvorming met een Nederlander (Vc 2000, Hoofdstuk B7). in dat geval zullen onder meer recente inkomensgegevens van de Nederlandse echtgenoot worden verlangd, om te beoordelen of de Nederlandse echtgenoot beschikt over voldoende middelen van bestaan. Indien verzoeker de Nederlandse nationaliteit ooit heeft gehad maar die heeft verloren, kan ambtshalve worden getoetst aan de voorwaarden voor wedertoelating voor oud-Nederlanders zoals omschreven in Vc 2000, Hoofdstuk B9. Indien verblijf voor een ander doel in de rede ligt (bijvoorbeeld EU-/EER-onderdanen; op grond van vestigingsverdragen of anderszins), wordt ambtshalve getoetst aan de toepasselijke voorwaarden voor toelating en moeten de daartoe relevante stukken worden overgelegd. Deze stukken moeten met het advies aan de IND worden meegezonden.

Regeling
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0025740
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl