wetzoeker

Paragraaf 2.3.7.3 — beoordeling verplichting afleggen inburgeringsexamen Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland

beoordeling verplichting afleggen inburgeringsexamen

De Minister van Buitenlandse Zaken beoordeelt voorts of de verzoeker is vrijgesteld (artikel 3 BNT) of ontheven (artikel 4 BNT) van het afleggen van het inburgeringsexamen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, BNT. Vrijstelling van het inburgeringsexamen kan bijvoorbeeld geschieden op grond van een overgelegd diploma dat in Nederland is behaald; ontheffing kan plaatsvinden als sprake is van een ernstige belemmering met medische oorzaak dan wel een ernstige taalgerichte belemmering. Voor een gedetailleerde beschrijving van de procedure wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, RWN (zie ook dit onderdeel van de Handleiding). Indien de verzoeker niet is vrijgesteld noch ontheven, dan dient de verzoeker bij het verzoek om naturalisatie een inburgeringsdiploma, bedoeld in artikel 5 BNT over te leggen. Zie verder de toelichting bij artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, paragrafen 6.3.2 en 6.3.3 voor respectievelijk voor vrijstelling van de toets en voor ontheffing paragraaf.

Regeling
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0025740
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl