wetzoeker

Paragraaf 2.3.4.3 — verklaring verblijf gedrag Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland

verklaring verblijf gedrag

Bij een naturalisatieverzoek ingediend in het buitenland behoeft de verzoeker uiteraard niet schriftelijk te verklaren dat in het kader van de verkrijging en het behoud van de verblijfsvergunning (binnen het Koninkrijk) van hemzelf en de overige in het naturalisatieverzoek genoemde personen de gevraagde gegevens naar waarheid zijn verstrekt en geen relevante gegevens zijn verzwegen. Een schriftelijke verklaring over het gedrag blijft echter gehandhaafd. Door middel van de verklaring verblijf en gedrag (model 2.3a HRWN) dient de verzoeker schriftelijk te verklaren dat hij of een van de in het verzoek om naturalisatie genoemde personen ouder dan 16 jaar, al dan niet in aanraking is geweest met politie en/of Justitie in verband met een misdrijf. Indien verzoeker in deze verklaring aangeeft wel in aanraking te zijn geweest met politie en/of Justitie, of aangeeft dat dit geldt voor een in het verzoek om naturalisatie genoemd kind, dan informeert de Minister van Buitenlandse Zaken de verzoeker over de openbare orde richtlijnen bij naturalisatie en wijst verzoeker erop dat een en ander gevolgen kan hebben voor de beslissing op het verzoek om naturalisatie. De verzoeker wordt in de gelegenheid gesteld om in de verklaring aan te geven of er sprake is van bijzondere feiten en/of omstandigheden op grond waarvan, naar zijn mening, ten aanzien van hem of de betreffende minderjarige niet mag worden geconcludeerd dat hij gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk. Zie ook de toelichting bij artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, RWN, paragraaf 3.7, HRWN.

Regeling
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0025740
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl