Paragraaf 2.3.3 — te verstrekken gegevens Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland
te verstrekken gegevens
Op grond van artikel 31, eerste lid, BVVN verstrekt de verzoeker bij de indiening van het verzoek, voor zoveel mogelijk, gegevens met betrekking tot zijn:
a. geslachtsnaam en voornaam of voornamen, onderscheidenlijk naam of namen;
b. geboortedatum, geboorteplaats en geboorteland;
c. adres, postcode en woonplaats;
d. geslacht;
e. nationaliteit(en);
f. tegenwoordige en, voor zoveel nodig, eerdere verblijfsrechtelijke status;
g. indien van toepassing: duur van huidige toegelaten verblijf in het Koninkrijk en, indien van toepassing, duur van eerder toegelaten verblijf in het Koninkrijk;
h. indien van toepassing, bestaan en duur van het actuele huwelijk of geregistreerd partnerschap en van de eerdere huwelijken en van de ontbinding daarvan, alsmede ten aanzien van de echtgenoot of partner de gegevens bedoeld onder a tot en met e;
i. geslachtsnaam en voornamen, plaats en datum van geboorte en van huwelijk van de ouders van de verzoeker;
j. indien van toepassing, de kinderen tot wie hij in familierechtelijke betrekking staat:
k. indien van toepassing, bestaan, duur en plaats van samenleving met een Nederlander;
l. de overige gegevens die naar het oordeel van Onze Minister nodig zijn voor de beoordeling van het geval.
Voor zoveel mogelijk verstrekt hij dezelfde gegevens over de minderjarige kinderen en kindskinderen voor wie medeverlening verzocht wordt (artikel 31, tweede lid, BVVN).
De informatie over de gegevens genoemd bij a tot en met e, zal bij ieder verzoek om naturalisatie verstrekt moeten worden. De noodzaak van verstrekking van de gegevens genoemd in de onderdelen f tot en met 1 is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Dit geldt voor de naturalisatie op grond van artikel 8, tweede lid, RWN indien de verzoeker in aanmerking meent te komen voor een van de bijzondere regelingen daarvan, dan wel voor een naturalisatie op grond van artikel 10, RWN. Zo zijn de gegevens waarop onderdeel h ziet in het bijzonder van belang om te beoordelen of de verzoeker in aanmerking komt voor een naturalisatie als echtgenoot van een Nederlander (vergelijk artikel 8, tweede lid, RWN) alsmede voor de beantwoording van de vraag of sprake is van eerdere huwelijken en, zo ja, op welke wijze die huwelijken zijn ontbonden en voorts voor de beoordeling van een eventuele vrijstelling van de afstandsplicht ais bepaald in artikel 9, derde lid onder d, RWN. Onderdeel i ziet vooral op naturalisatie van minderjarigen of jongvolwassenen, zoals die wordt geregeld in artikel 11, zesde lid, RWN.
Ad a t/m e, g (wat betreft duur van hoofdverblijf) en h t/m k
Uiteraard gaat het niet om de duur van het hoofdverblijf in het Koninkrijk, maar enkel om (de duur van) het hoofdverblijf buiten het Koninkrijk. Het hoofdverblijf (en de duur daarvan) buiten het Koninkrijk zal in veel gevallen blijken uit de bevolkingsadministratie (of andere officiële lokale overheidsbronnen) van het land waar verzoeker verblijft.
Een kanttekening wordt gemaakt bij de echtgenoot/partner van een ambtenaar, bedoeld in artikel 17, eerste lid, juncto artikel 2, tweede lid, van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken die uitgezonden is (geweest) naar een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland. Deze vreemdeling behoudt niet alleen zijn hoofdverblijf in Nederland, maar behoudt in de regel, mits aan de daarvoor gestelde voorwaarden voldaan blijft, tevens zijn verblijfsrecht in Nederland. Een vereiste is dat de vreemdeling gedurende de periode van uitzending alsook het daaraan voorafgaande verblijf in Nederland heeft samengewoond met de echtgenoot/partner. Zie artikel 1, eerste lid, aanhef en onder h RWN.
De Minister van Buitenlandse Zaken voegt bij het advies aan de IND (een) uittreksel(s) uit eerdergenoemde bevolkingsadministratie of – voor zover aanwezig – stukken uit de eigen administratie, waaruit – voor zoveel mogelijk – de hier bedoelde gegevens blijken. Ook van de kinderen en kindskinderen voor wie medeverlening wordt verzocht, worden uittreksels en/of (afschriften van) stukken bijgevoegd waaruit – voor zoveel mogelijk – blijkt van de gegevens bedoeld bij ad a t/m e en g (wat betreft het hoofdverblijf), alsmede van de geslachtsnaam, voornamen, plaats en datum van geboorte van de ouders en wie gezag over de kinderen uitoefent. Zie voor een nadere toelichting van het begrip ‘hoofdverblijf‘ de toelichting bij de artikelen 1, eerste lid, onder h en 8, eerste lid, onder c, RWN.
Ad f en g (wat betreft toelating)
Bij naturalisatieverzoeken ingediend in het buitenland geldt uiteraard niet het vereiste van toelating in het Koninkrijk. De verzoeker zal in de praktijk niet in het bezit zijn van een verblijfsdocument voor het Koninkrijk.
Ad I
In sommige gevallen kan het noodzakelijk zijn om nadere gegevens en bewijsstukken te vragen (vergelijk ook artikel 31, vijfde lid, BVVN). Te denken valt bijvoorbeeld aan:
− een bewijs van eerder bezit van de Nederlandse nationaliteit. Dit bewijs kan worden verkregen na raadpleging van – voor zover aanwezig – de eigen administratie of het bestand van het bureau Vestigingsregister van de gemeente Den Haag. Indien de Minister van Buitenlandse Zaken twijfelt aan het beweerde oud-Nederlanderschap of oud-Nederlands onderdaanschap, dient daarvan een bewijs overgelegd te worden door verzoeker. Zie de toelichting bij artikel 6, eerste lid, onder f, paragraaf 8.3, HRWN. Zie ook artikel 22 RWN;
− bewijs van gezagsvoorziening. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld een buitenlandse rechterlijke voogdijbeschikking of een echtscheidingsvonnis, waarbij tevens in het gezag over de kinderen is voorzien. Het hier bedoelde bewijs kan bijvoorbeeld nodig zijn om te kunnen vaststellen wie voor een minderjarige een verzoek mag indienen of wie gehoord moeten worden dan wel om te kunnen beoordelen of een minderjarige al dan niet zal delen in de naamsvaststelling c.q. naamswijziging van zijn ouder;
− aantonen van ‘het feitelijk behoren’ tot het gezin in geval van een minderjarige kind voor wie om medeverlening wordt verzocht.
- Regeling
- Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland
- Soort
- Circulaire
- Geldend vanaf
- 01-07-2026
- BWB-id
- BWBR0025740
- Versie
- 2026-07-01_0