wetzoeker

Paragraaf 2.3.2.2 — medeverlening (artikel 11, eerste lid, RWN) Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland

medeverlening (artikel 11, eerste lid, RWN)

Kinderen jonger dan 12 jaar

Deze kinderen hoeven niet in persoon te verschijnen bij de indiening van het verzoek.

Kinderen van 12 jaar of ouder

Minderjarige kinderen van 12 jaar of ouder, voor wie medeverlening wordt verzocht, kunnen verzoeken om in de gelegenheid te worden gesteld om hun zienswijze naar voren te brengen over de medeverlening van het Nederlanderschap. De kinderen kunnen op het moment van indiening van het verzoek hun eventuele zienswijze naar voren brengen op model 2.1a (verzoek om naturalisatie door meerderjarige).

Voor kinderen tussen de 12 en de 16 jaar is verschijning in persoon niet voorgeschreven maar verdient het wel de voorkeur dat zij in persoon verschijnen. Stuit dat op bezwaar, dan wordt hen schriftelijk verzocht het model 2.10a (formulier zienswijze medeverlening minderjarigen van 12 tot en met 15 jaar) te ondertekenen, waarin zij aangeven of zij al dan niet instemmen met de medeverlening van het Nederlanderschap en die verklaring, met een kopie van een geldig buitenlands reisdocument, te zenden aan de autoriteit waar het verzoek om naturalisatie van de ouder is ingediend. Zie ook de toelichting bij artikel 2 RWN.

Kinderen van 16 jaar of ouder

Voor kinderen van 16 jaar of ouder is verschijning in persoon voorgeschreven in artikel 3 1, derde lid, BVVN; zij dienen zich te legitimeren met een geldig buitenlands reisdocument. Zie ook de toelichting bij artikel 2 RWN.

Regeling
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0025740
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl