wetzoeker

Paragraaf 2.3.13.1 — algemeen Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland

algemeen

De regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap (hierna: RVVN) bevat in artikel 5 sinds 1 april 2003 de mogelijkheid tot een ceremoniële bijeenkomst op vrijwillige basis voor zowel overheid als betrokkenen. Tijdens deze ceremonie zal de verkrijging van het Nederlanderschap worden gevierd. Met ingang van 1 oktober 2006 is dit voor het naturalisatiebesluit veranderd (artikel 5, vijfde lid, RVVN). Vanaf die datum treedt het naturalisatiebesluit voor een daarin genoemde persoon pas in werking door uitreiking van het hem betreffende uittreksel daarvan, in de regel op een naturalisatieceremonie. Sinds 1 maart 2009 is voor het verkrijgen van het Nederlanderschap nog een vereiste ingevoerd, namelijk het afleggen van de verklaring van verbondenheid. Uitgangspunt bij de verklaring van verbondenheid is dat deze in persoon en mondeling wordt afgelegd tijdens de naturalisatieceremonie. Indien de Minister van Buitenlandse Zaken komt tot een andere wijze van bekendmaking dan uitreiking in persoon, wordt de verklaring van verbondenheid eerst schriftelijk afgelegd (zie hiervoor artikel 56, tweede lid, BVVN, artikel 60b, vijfde en zesde lid, BVVN, artikel 5, vierde lid, onder d, RVVN, paragraaf 2.3.13.6.2 en paragraaf 2.3.13.4).

Het uittreksel uit het naturalisatiebesluit wordt aan de naturalisandus bekendgemaakt door uitreiking en pas dan treedt het besluit, met terugwerkende kracht tot de datum van dagtekening, in werking. De naturalisandus moet daadwerkelijk op een naturalisatieceremonie verschijnen om rechten te kunnen ontlenen aan het naturalisatiebesluit. Verschijnt de naturalisandus niet, dan kan de verklaring van verbondenheid niet worden afgelegd en het uittreksel uit het naturalisatiebesluit niet worden bekendgemaakt.

Op grond van artikel 60b, tweede en vierde lid BVVN is in het buitenland de Minister van Buitenlandse Zaken bevoegd tot bekendmaking van het naturalisatiebesluit. Het staat hem vrij om door middel van een machtiging de uitreiking over te dragen aan een ambtenaar van de betreffende diplomatieke of consulaire post. Hij roept de naturalisandus tijdig op voor een naturalisatieceremonie. Verschijnt de opgeroepen persoon niet, dan vindt geen uitreiking plaats en wordt een oproeping voor de volgende ceremonie toegezonden. Zonodig wordt een derde oproep per aangetekende post verzonden. Wordt het besluit niet binnen een jaar na de dag waarop het is gedagtekend, uitgereikt, dan vervalt het in de regel. De naturalisandus is dan geen Nederlander geworden. Hij dient daarvoor een nieuw verzoek tot naturalisatie in te dienen of een optieverklaring af te leggen.

Naturalisatiebesluiten van ná 1 oktober 2006

Zodra een betrokkene wordt voorgedragen voor naturalisatie meldt Onze Minister dit aan de Minister van Buitenlandse Zaken. Met behulp van dit bericht verkrijgt de Minister van Buitenlandse Zaken inzicht in het aantal naturalisandi dat hij voor een bepaalde naturalisatieceremonie zal moeten uitnodigen. Ook betrokkene ontvangt een bericht over de voortgang van zijn naturalisatieverzoek.

Na ondertekening van het koninklijk besluit tot naturalisatie zendt Onze Minister onverwijld aan de Minister van Buitenlandse Zaken het desbetreffende uittreksel van het besluit tot verlening van het Nederlanderschap en het bijbehorende terugmeldformulier (artikel 56 BVVN).

Verzoeken om naturalisatie ingediend op of ná 1 maart 2009

De eis tot het afleggen van de verklaring van verbondenheid geldt alleen voor verzoeken om naturalisatie die zijn ingediend op of na 1 maart 2009. Sinds 1 maart 2009 geldt dat de verzoeker bij de indiening van het naturalisatieverzoek een bereidverklaring moet ondertekenen. Deze verzoekers moeten in beginsel bij de naturalisatieceremonie de verklaring van verbondenheid afleggen.

Regeling
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0025740
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl