wetzoeker

Paragraaf 2.3.4.2.2 — geen gevaar voor de openbare orde, etc. Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland

geen gevaar voor de openbare orde, etc.

Behoudens de uitzonderingsgevallen onderzoekt de Minister van Buitenlandse Zaken of er op grond van het gedrag van de minderjarige optant van 16 jaar of ouder, de meerderjarige optant of dat van zijn minderjarige kinderen van 16 jaar of ouder voor wie medeverkrijging van het Nederlanderschap wordt beoogd, ernstige vermoedens bestaan dat zij een gevaar opleveren voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk (artikel 28, eerste lid, BVVN). Er wordt derhalve geen onderzoek gedaan naar de mogelijke antecedenten van minderjarige kinderen van wie het de bedoeling is dat zij delen in de optie en die op het moment van de optieverklaring de leeftijd van 16 jaar nog niet hebben bereikt.

Bij opties op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, RWN blijft onderzoek naar de antecedenten van de optant achterwege.

Het onderzoek naar mogelijke antecedenten wordt verricht aan de hand van de door of namens de optant verstrekte gegevens. De Minister van Buitenlandse Zaken onderzoekt – indien mogelijk – de antecedenten van de optant in het land waar hij zijn hoofdverblijf heeft, of in de periode van vijf jaar voorafgaande aan de beslissing zijn hoofdverblijf heeft gehad.

In geval de optant in de afgelopen vijf jaar zijn hoofdverblijf in Nederland heeft gehad onderzoekt de IND aan de hand van in Nederland opgevraagde uittreksels uit het register van de Justitiële documentatiedienst (JDD) en gegevens van de korpschef (NSIS, OPS, HKD) de aanwezigheid van mogelijke antecedenten in Nederland. De Minister van Buitenlandse Zaken verzoekt in deze gevallen de IND om verstrekking van deze gegevens.

Op het moment van de bevestiging van de optieverklaring geldt – bij onderzoek naar antecedenten in Nederland – dat uittreksels van de JDD niet ouder mogen zijn dan zes maanden. Zie de toelichting bij artikel 6, vierde lid, RWN en artikel 9, eerste lid, onder a, RWN.

Overgangsrecht: Wijziging rehabilitatietermijn van vier naar vijf jaar per 1 mei 2018

Met ingang van 1 mei 2018 is de rehabilitatietermijn van vier naar vijf jaar gegaan. Voor naturalisatieverzoeken of optieverklaringen die voor deze datum zijn ingediend of afgelegd geldt nog de rehabilitatietermijn van vier jaar.

Regeling
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0025740
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl