wetzoeker

Paragraaf 2.3.3.2 — ontvangstbevestiging Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland

ontvangstbevestiging

Optieverklaringen worden voorzien van een datum en dienststempel (artikel 25, vijfde lid, BVVN). Daarna wordt een kopie van de optieverklaring, als bewijs van ontvangst, aan de optant meegegeven (artikel 25, derde lid, BVVN). Vervolgens dient binnen dertien weken na de inontvangstneming van de optieverklaring hierop te worden beslist. Deze termijn kan éénmaal met ten hoogste dertien weken worden verlengd (artikel 6, vijfde lid, RWN). Een verlenging van de termijn kan bijvoorbeeld noodzakelijk zijn als de Minister van Buitenlandse Zaken verzoekt om verificatie van gegevens van betrokkene die in een ander ressort zijn hoofdverblijf heeft gehad dan het ressort waar de optieverklaring is afgelegd, danwel verificatie van gegevens in een ander land. Als de Minister van Buitenlandse Zaken verlenging van de termijn noodzakelijk acht, deelt hij dit schriftelijk aan de optant mee. De Minister van Buitenlandse Zaken is niet verplicht om de reden van de verlenging te vermelden.

Regeling
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0025740
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl