wetzoeker

Paragraaf 2.2 — algemeen Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland

algemeen

In artikel 21 RWN is bepaald dat bij algemene maatregel van rijksbestuur de autoriteiten en ambtenaren worden aangewezen die bevoegd zijn tot het in ontvangst nemen van optieverklaringen tot verkrijging van het Nederlanderschap. Voorts is bepaald dat bij algemene maatregel van rijksbestuur nadere voorschriften gesteld kunnen worden betreffende de wijze van inontvangstneming van de verklaringen en de bevestigingen van de verkrijging van het Nederlanderschap, alsmede betreffende de verdere administratieve behandeling van de verkrijging van het Nederlanderschap. In het BVVN zijn deze voorschriften opgenomen en vorenbedoelde autoriteiten en ambtenaren aangewezen. In artikel 2, aanhef en onder d, BVVN is bepaald dat in het buitenland de Minister van Buitenlandse Zaken bevoegd is tot het in ontvangst nemen van optieverklaringen ter verkrijging van het Nederlanderschap.

De vormvoorschriften, procedurele vereisten en administratieve behandeling van de verklaringen zijn voor het buitenland beschreven in de artikelen 25 tot en met 30 BVVN. In de hierna opgenomen procedurebeschrijving is de volgorde van het BVVN aangehouden.

Hierop wordt echter een uitzondering gemaakt voor de eerste procedurestap: ‘Informatieverstrekking’ die zich naar zijn aard niet leent voor opname in het BVVN, maar in de uitvoeringspraktijk over het algemeen wel aan het afleggen van de optieverklaring vooraf zal gaan.

Regeling
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0025740
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl