wetzoeker

Artikel 13 Besluit in-, uit- en doorvoer van radioactieve afvalstoffen en bestraalde splijtstoffen

Overbrenging van Nederland naar de lidstaat van bestemming

1 De Autoriteit beschikt afwijzend op de aanvraag om een vergunning indien:

a. het bevoegd gezag van een lidstaat waaraan om toestemming is verzocht, toestemming heeft geweigerd;

b. wettelijke voorschriften inzake het beheer of vervoer van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen zich tegen de overbrenging verzetten;

c. het beheer of vervoer van de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen onnodige risico’s voor de openbare veiligheid of het milieu met zich meebrengt;

d. de radioactieve afvalstoffen of de verbruikte splijtstoffen bestemd zijn voor eindberging in een andere lidstaat en met deze lidstaat geen overeenkomst over het gebruik van een inrichting voor eindberging is gesloten.

2 Indien de Autoriteit van het bevoegd gezag van een lidstaat waaraan om toestemming is verzocht, niet binnen de in artikel 9, eerste lid, van de richtlijn bedoelde termijn een beslissing op dat verzoek heeft ontvangen, mag de Autoriteit ervan uitgaan dat toestemming is verleend.

3 Aan de vergunning kunnen met het oog op het beheer en vervoer van de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen voorschriften worden verbonden. Indien toestemming onder voorwaarden is verleend, worden aan de vergunning in elk geval de voorschriften verbonden die gelet op die voorwaarden noodzakelijk zijn.

4 De Autoriteit zendt de beslissing op de aanvraag onverwijld toe aan de aanvrager. De Autoriteit deelt de beslissing tevens onverwijld mede aan het bevoegd gezag van de lidstaten waaraan om toestemming is verzocht.

Regeling
Besluit in-, uit- en doorvoer van radioactieve afvalstoffen en bestraalde splijtstoffen
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0025680
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl