wetzoeker

Artikel 17 Binnenvaartbesluit

Vaarbewijzen, kwalificatiecertificaten en specifieke vergunningen

1 Het bezit van een vaarbewijs is niet vereist voor het voeren van:

a. schepen die uitsluitend door spierkracht worden voortbewogen;

b. drijvende werktuigen die zich bevinden in een grind- of zandgat;

c. bunkerstations.

2 Geen verplichting tot het bezit van een vaarbewijs geldt voor de gezagvoerder die in het bezit is van een op grond van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn afgegeven geldig gelijkwaardig vaarbevoegdheidsbewijs of van een overeenkomstig bindende besluiten van instellingen van de Europese Unie geldig als gelijkwaardig aangemerkt vaarbewijs als bedoeld in artikel 25, derde lid, van de wet.

3 Geen verplichting tot het bezit van een vaarbewijs geldt voor de gezagvoerder van een zeeschip indien zich een schipper aan boord bevindt die in het bezit is van een geldig kwalificatiecertificaat schipper en geldige verplichte specifieke vergunningen, van een op grond van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn afgegeven geldig gelijkwaardig vaarbevoegdheidsbewijs of van een overeenkomstig bindende besluiten van instellingen van de Europese Unie geldig als gelijkwaardig aangemerkt vaarbewijs als bedoeld in artikel 25, derde lid, van de wet.

4 Geen verplichting tot het bezit van een vaarbewijs geldt voor de gezagvoerder, indien:

a. de gezagvoerder is voorzien van een door Onze Minister aangewezen bewijs van bekwaamheid dat is erkend ingevolge artikel 25, derde lid, van de wet, of

b. de gezagvoerder of een ander lid van de dekbemanning is voorzien van een door Onze Minister aangewezen aanvullend bewijs van bekwaamheid voor de binnenvaart dat is afgegeven door een daartoe bevoegde autoriteit in het buitenland.

Regeling
Binnenvaartbesluit
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-06-2025
BWB-id
BWBR0025631
Versie
2025-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl