Uitvoeringsbesluit Kustwacht voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten alsmede voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Besluit van 7 januari 2009, houdende bepalingen ter uitvoering van de Rijkswet Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba (Uitvoeringsbesluit Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba)
- Soort
- Rijks-KB
- Geldend vanaf
- 10-10-2010
- Rechtsgebied
- Militair recht, Staats- en bestuursrecht
- Ministerie
- Defensie
- BWB-id
- BWBR0025441
- Versie
- 2010-10-10_0
- SHA-256 bron
- aea8761e48c5e2fb2fa63d373fd01d366adbd1fc6475a6adf806cb119bcda665
Inhoud (24)
§ 1 — Algemeen
Artikel 1
1 In dit besluit wordt verstaan onder:
a. aangewezen opvarende: opvarende als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Rijkswet Kustwacht voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten alsmede voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
b. niet-penetrerende munitie: munitie die is ontworpen om bij het treffen van een persoon niet het lichaam binnen te dringen;
c. officier van piket: functionaris die belast is met piketdienst;
d. ernstig misdrijf: misdrijf waarvoor in de strafwetgeving van Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba voorlopige hechtenis is toegelaten.
2 Onder het aanwenden van geweld wordt mede verstaan:
a. het dreigen met geweld;
b. het gebruik van vrijheidsbeperkende middelen.
§ 2 — Uiterlijke kentekenen van kustwachtschepen en kustwachtluchtvaartuigen
Artikel 2
1 Een kustwachtschip voert duidelijk kenbaar de volgende uiterlijke kentekenen:
a. het logo van de Kustwacht, dat op de romp wordt aangebracht;
b. de belettering «Coast Guard».
2 Een kustwachtluchtvaartuig voert duidelijk kenbaar de Koninkrijksvlag.
3 Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op kustwachtschepen en kustwachtluchtvaartuigen die kenbaar in gebruik zijn bij de krijgsmacht van het Koninkrijk.
§ 3 — Algemene geweldbepalingen
Artikel 3
Het gebruik van een geweldmiddel ter uitvoering van de taken van de Kustwacht is uitsluitend toegestaan aan de commandant, onderscheidenlijk aan een aangewezen opvarende:
a. aan wie dat geweldmiddel rechtens is toegekend, en
b. die in het gebruik van dat geweldmiddel is geoefend.
§ 3 — Algemene geweldbepalingen
Artikel 4
Indien de aangewezen opvarende onder leiding van een ter plaatse aanwezige commandant optreedt, gebruikt hij geen geweld dan na een vooraf gegeven uitdrukkelijke last van deze commandant. De commandant geeft daarbij aan van welk geweldmiddel gebruik wordt gemaakt.
§ 3 — Algemene geweldbepalingen
Artikel 5
1 Tenzij de omstandigheden dit niet toelaten, gaat aan het gebruik van geweld een duidelijke waarschuwing vooraf.
2 Indien het gebruik van geweld bestaat in het gericht schieten met een vuurwapen op een persoon, kan de waarschuwing zo nodig worden vervangen door een waarschuwingsschot.
3 Een waarschuwingsschot wordt op een zodanige wijze gegeven dat gevaar voor personen of zaken zoveel mogelijk wordt vermeden.
§ 3 — Algemene geweldbepalingen
Artikel 6
De commandant, onderscheidenlijk de aangewezen opvarende, mag naast het gebruik van fysiek geweld uitsluitend gebruik maken van de volgende geweldmiddelen:
a. een vuurwapen;
b. een vuurwapen als slag- of stootwapen;
c. een hulpmiddel voor het afgeven van niet-penetrerende munitie;
d. een wapenstok;
e. handboeien;
f. pepperspray.
§ 3 — Algemene geweldbepalingen
Artikel 7
Bij gebruik van fysiek geweld dan wel een geweldmiddel wordt in verhouding tot het beoogde doel de meest lichte vorm van geweld gebruikt en worden de daaraan verbonden risico’s zo veel mogelijk beperkt.
§ 3 — Algemene geweldbepalingen
Artikel 8
1 De commandant, onderscheidenlijk de aangewezen opvarende, die geweld heeft aangewend, waaronder begrepen het geven van een waarschuwingsschot, meldt de feiten en omstandigheden dienaangaande, alsmede de gevolgen hiervan, onverwijld aan een door de directeur van de Kustwacht aangewezen functionaris.
2 De melding, bedoeld in het eerste lid, wordt door de daar bedoelde functionaris terstond vastgelegd in een schriftelijk rapport. De functionaris doet het rapport onverwijld toekomen aan de directeur van de Kustwacht.
3 De directeur van de Kustwacht brengt het rapport, zo nodig vergezeld van zijn kanttekeningen, onverwijld ter kennis van de officier van justitie ter standplaats waarbinnen het geweld is aangewend, indien:
a. de gevolgen van het aanwenden van geweld daartoe naar het oordeel van de directeur van de Kustwacht aanleiding geven;
b. het aanwenden van geweld lichamelijk letsel van meer dan geringe betekenis dan wel de dood heeft veroorzaakt; of
c. gebruik is gemaakt van een vuurwapen en daarmee één of meer schoten zijn gelost.
§ 4 — Vuurwapens
Artikel 9
1 Het gebruik van een vuurwapen ten behoeve van niet-automatisch vuur is slechts geoorloofd:
a. om een persoon aan te houden ten aanzien van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat die persoon een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd vuurwapen bij zich heeft en dat tegen personen zal gebruiken dan wel ander levensbedreigend geweld tegen personen zal gebruiken;
b. om een persoon aan te houden die zich aan zijn aanhouding, voorgeleiding of andere rechtmatige vrijheidsbeneming tracht te onttrekken of heeft onttrokken en die wordt verdacht van of is veroordeeld wegens het plegen van een ernstig misdrijf, dat bovendien moet worden aangemerkt als een grove aantasting van de rechtsorde.
2 Onder het plegen van een misdrijf als bedoeld in het eerste lid, onder b, worden mede begrepen poging tot en deelneming aan het misdrijf.
§ 4 — Vuurwapens
Artikel 10
Bij gebruik van een vuurwapen ten behoeve van niet-automatisch vuur wordt het volgende in acht genomen:
a. zwaar lichamelijk letsel of erger wordt zo veel mogelijk voorkomen;
b. zo mogelijk wordt op de benen geschoten;
c. risico’s voor derden worden zo veel mogelijk vermeden.
§ 4 — Vuurwapens
Artikel 11
De commandant, onderscheidenlijk de aangewezen opvarende, mag slechts uit voorzorg een vuurwapen ten behoeve van niet-automatisch vuur ter hand nemen indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat een situatie als bedoeld in artikel 9 ontstaat, waarin hij bevoegd is het vuurwapen te gebruiken. Zodra blijkt dat een dergelijke situatie zich niet voordoet, wordt het ter hand nemen van het vuurwapen beëindigd.
§ 4 — Vuurwapens
Artikel 12
1 Het gebruik van een vuurwapen ingesteld op automatisch vuur is slechts geoorloofd tegen personen, vervoermiddelen, vaartuigen en luchtvaartuigen, waarin of waarop zich personen bevinden in een situatie waarin sprake is van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van eigen of eens anders lijf.
2 Een vuurwapen ingesteld op automatisch vuur mag slechts ter hand worden genomen:
a. ten behoeve van de opleiding; of
b. voor het verrichten van een aanhouding van een persoon van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd vuurwapen bij zich heeft en dit tegen personen zal gebruiken.
3 Het ter hand nemen van een vuurwapen ingesteld op automatisch vuur in het geval, bedoeld in het tweede lid, onder b, is slechts toegestaan na toestemming van de officier van justitie of, indien diens optreden niet kan worden afgewacht, van de officier van piket bij de Kustwacht.
§ 4 — Vuurwapens
Artikel 13
1 De commandant, onderscheidenlijk de aangewezen opvarende, is bevoegd om boordvuurwapens op een vaartuig te richten indien door de gezagvoerder van dat vaartuig niet terstond aan een vordering als bedoeld in artikel 4 van de Rijkswet Kustwacht voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten alsmede voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt voldaan.
2 De commandant, onderscheidenlijk de aangewezen opvarende, is bevoegd om met behulp van een of meer hem ter beschikking staande vuurwapens schoten voor de boeg af te geven, dan wel gericht te vuren op niet-vitale delen van een vaartuig indien:
a. door de gezagvoerder van dat vaartuig niet terstond aan een vordering als bedoeld in artikel 4 van de Rijkswet Kustwacht voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten alsmede voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt voldaan; en
b. andere middelen om de vordering kracht bij te zetten ontbreken.
3 Bij toepassing van het tweede lid:
a. wordt niet-explosieve munitie gebruikt;
b. wordt niet geschoten over land of over andere vaartuigen;
c. worden niet meer schoten afgegeven dan strikt noodzakelijk is.
4 Aan het afgeven van schoten, bedoeld in het tweede lid, gaat een duidelijke waarschuwing vooraf, met vermelding van het tijdstip en, voor zover van toepassing, de delen van het vaartuig waarop zal worden geschoten. Deze waarschuwing blijft slechts achterwege, wanneer de omstandigheden de waarschuwing niet toelaten.
5 Na iedere waarschuwing wordt de aan boord van het vaartuig aanwezige bemanning een redelijke tijd gegeven zich van de aangewezen delen van het vaartuig te verwijderen.
6 De commandant, onderscheidenlijk de aangewezen opvarende, is uitsluitend bevoegd om gericht op vitale delen van het vaartuig of op zijn bemanning te vuren indien van de zijde van een aangeroepen of gepraaide vaartuig geweld wordt gebruikt waardoor de veiligheid van de commandant of de opvarenden onmiddellijk en in ernstige mate wordt bedreigd.
§ 5 — Niet-penetrerende munitie
Artikel 14
Paragraaf 4 is niet van toepassing op het gebruik en het ter hand nemen van een vuurwapen dat is geladen met niet-penetrerende munitie.
§ 5 — Niet-penetrerende munitie
Artikel 15
Het gebruik van een vuurwapen dat is geladen met niet-penetrerende munitie is slechts geoorloofd:
a. om een persoon aan te houden ten aanzien van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd wapen bij zich heeft en dit tegen personen zal gebruiken; of
b. om een persoon aan te houden die zich aan zijn aanhouding, voorgeleiding of andere rechtmatige vrijheidsbeneming tracht te onttrekken of heeft onttrokken.
§ 5 — Niet-penetrerende munitie
Artikel 16
De commandant, onderscheidenlijk de aangewezen opvarende, waarschuwt onmiddellijk voordat hij gericht met een vuurwapen dat is geladen met niet-penetrerende munitie zal schieten, met luide stem of op andere niet mis te verstane wijze dat geschoten zal worden, indien niet onverwijld het gegeven bevel wordt opgevolgd. Deze waarschuwing blijft slechts achterwege, wanneer de omstandigheden de waarschuwing niet toelaten.
§ 5 — Niet-penetrerende munitie
Artikel 17
De artikelen 15 en 16 zijn van overeenkomstige toepassing indien de niet-penetrerende munitie wordt afgegeven met een ander hulpmiddel dan een vuurwapen.
§ 6 — Handboeien
Artikel 18
1 De commandant, onderscheidenlijk de aangewezen opvarende, is bevoegd tot het dragen van handboeien.
2 De commandant, onderscheidenlijk de aangewezen opvarende, is bevoegd tot het aanleggen van handboeien bij personen die zijn aangehouden in geval van ontdekking op heterdaad, indien de aangehouden personen zich trachten te onttrekken aan hun aanhouding of indien zij een gevaar vormen voor zijn leven of veiligheid of die van anderen en die onttrekking onderscheidenlijk dat gevaar niet op een andere wijze kan worden voorkomen.
§ 7 — Pepperspray
Artikel 19
1 Het gebruik van pepperspray is slechts geoorloofd:
a. om een persoon aan te houden ten aanzien van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd wapen bij zich heeft en dit tegen een persoon zal gebruiken;
b. om een persoon aan te houden die zich aan aanhouding, voorgeleiding of andere rechtmatige vrijheidsbeneming tracht te onttrekken of heeft onttrokken;
c. ter verdediging tegen of voor het onder controle brengen van agressieve dieren.
2 Pepperspray wordt niet gebruikt tegen:
a. personen die zichtbaar jonger dan 12 of ouder dan 65 jaar zijn;
b. vrouwen die zichtbaar zwanger zijn;
c. personen voor wie dit gebruik als gevolg van een zichtbare ademhalings- of andere ernstige gezondheidsstoornis onevenredig schadelijk kan zijn;
d. groepen personen.
3 Bij gebruik van pepperspray wordt niet op de mond gericht.
§ 7 — Pepperspray
Artikel 20
De commandant, onderscheidenlijk de aangewezen opvarende, waarschuwt onmiddellijk voordat hij gericht pepperspray tegen een persoon zal gebruiken, met luide stem of op andere niet mis te verstane wijze dat pepperspray gebruikt zal worden, indien niet onverwijld het gegeven bevel wordt opgevolgd. Deze waarschuwing blijft achterwege indien de omstandigheden de waarschuwing redelijkerwijs niet toelaten.
§ 7 — Pepperspray
Artikel 21
Pepperspray wordt tegen een persoon per geval ten hoogste twee maal voor de duur van niet langer dan ongeveer een seconde gebruikt en op een afstand van ten minste een meter.
§ 8 — Slotbepalingen
Artikel 22
De Voorlopige regeling Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba wordt ingetrokken.
§ 8 — Slotbepalingen
Artikel 23
Met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst treden in werking:
a. de Rijkswet Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba, en
b. dit besluit.
§ 8 — Slotbepalingen
Artikel 24
Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Kustwacht voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten alsmede voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.