wetzoeker

Instellingsbesluit Comité van experts Subsidieregeling ESF 2007–2013/Actie C

Besluit van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 februari 2009, nr. R&P/RA/2009/2855 tot instelling van een Comité van Experts subsidieregeling ESF 2007–2013/Actie C

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
24-02-2010
Rechtsgebied
Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Ministerie
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
BWB-id
BWBR0025369
Versie
2010-02-24_0
SHA-256 bron
06c1f01bf241975652416df6a2803425904c1b4c2cf7e5b11828649a2a6ebb7d

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (9)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. het comité: het Comité van experts Subsidieregeling ESF 2007–2013/Actie C als bedoeld in artikel 5 van de Subsidieregeling ESF 2007–2013 (herzien);

b. de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

c. het ministerie: het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Artikel 2

Er is een Comité van experts Subsidieregeling ESF 2007–2013/Actie C.

Artikel 3

a. Het comité heeft tot taak projecten als bedoeld in artikel 4, onderdeel c, van de ESF Subsidieregeling ESF 2007–2013 (herzien), te beoordelen aan de hand van de in artikel C8 van die regeling genoemde criteria, zulks onder toepassing van een door haar op te stellen en ter kennis van de minister te brengen toetsingskader waarin deze criteria nader zijn uitgewerkt.

b. Het comité heeft tot taak de projecten op basis van deze beoordeling, alsmede op basis van het bepaalde in artikel C8, te rangschikken naar de mate waarin deze voor subsidieverlening in aanmerking komen.

c. Het comité adviseert de minister uiterlijk vier weken na het einde van het aanvraagtijdvak, als bedoeld in artikel C2, en licht het advies desgevraagd nader toe.

d. Het comité staat de minister desgevraagd bij in kwesties die verband houden met de toekenning van subsidie voor projecten als bedoeld onder a.

Artikel 4

a. Het comité bestaat uit een voorzitter, tevens lid, en drie overige leden.

b. De minister benoemt en ontslaat de voorzitter en de overige leden van het comité na overleg met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

c. De voorzitter en de leden zijn onafhankelijk en tekenen voor aanvang van de werkzaamheden een verklaring van onafhankelijkheid.

Artikel 5

a. Aan de voorzitter en de overige leden kan ten laste van het ministerie een vergoeding worden toegekend.

b. Op de aan de voorzitter en de overige leden toe te kennen vergoeding is het Vacatiegeldenbesluit 1988 dan wel de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies van toepassing.

Artikel 6

a. Het comité wordt bijgestaan door een secretariaat.

b. In de personele bezetting van het secretariaat wordt voorzien door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

c. Het secretariaat is uitsluitend verantwoording schuldig aan het comité.

Artikel 7

a. Het beheer van de bescheiden van het comité geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het ministerie.

b. De bescheiden van het comité worden na beëindiging van de werkzaamheden van het comité in het archief van het ministerie opgenomen.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 februari 2009.

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Comité van experts Subsidieregeling ESF 2007–2013/Actie C.