wetzoeker

Artikel 4 Wet College voor toetsen en examens

1 Het college heeft ten minste zes leden en ten hoogste acht leden, onder wie een voorzitter.

2 Voor ieder lid van het college, de voorzitter uitgezonderd, zal Onze Minister één plaatsvervangend lid benoemen. Op de plaatsvervangende leden zijn de artikelen 9, 12, 13 en 14 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van overeenkomstige toepassing.

3 Onze Minister draagt bij de benoeming van de leden en de plaatsvervangende leden van het college zorg voor de onafhankelijkheid en deskundigheid van deze leden en voor voldoende draagvlak bij de representatieve onderwijsorganisaties voor hun benoeming.

4 De leden en de plaatsvervangende leden worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar. De leden en de plaatsvervangende leden kunnen éénmaal worden herbenoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar.

Regeling
Wet College voor toetsen en examens
Afkortingen
Cvte, WCvte, Wet Cvte
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-08-2024
BWB-id
BWBR0025364
Versie
2024-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl