Paragraaf 2b — Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift (deel 1) Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen 2009
Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift
Voor een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift geldt:
1. Een investering die naar aard, gebruik en toepassing overeenkomt met een in paragraaf 2a omschreven bedrijfsmiddel met middelvoorschrift komt niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
2. Een investering die primair gericht is op energiebesparing, duurzame energie, productie van brandstoffen, andere energievoorzieningen of energietoepassingen of automatisering komt niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
3. Een investering in een nieuw gebouw of deel van een gebouw komt niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
4. Een investering op of door een visserijbedrijf of aquacultuurbedrijf die de productie, verwerking of afzet van visserij- en aquacultuurproducten betreft komt niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
5. Een investering op of door een landbouwbedrijf die de primaire landbouwproductie of verwerking of afzet van landbouwproducten betreft komt niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, met uitzondering van investeringen in de bedrijfsmiddelen F 1100, F 1400, A 1401, F 2605, F 2715 en F 4101.
6. Een investering komt in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen indien de investering voldoet aan de voorschriften uit artikel 36 of artikel 47 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening of artikel 14 of artikel 17 van de Landbouwvrijstellingsverordening.
7. Een investering komt in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen indien deze een aanmerkelijk milieuvoordeel behaalt in relatie tot de bijkomende investeringskosten ten opzichte van het gangbare alternatief.
8. Een investering in een bedrijfsmiddel waarvoor binnen de geplande gebruiksduur naar verwachting een alternatief beschikbaar komt dat leidt tot een aanmerkelijk hoger niveau van milieubescherming, komt uitsluitend in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen indien het bedrijfsmiddel niet concurreert met dit alternatief.
9. De steun die middels de milieu-investeringsaftrek, willekeurige afschrijving milieu-investeringen en eventuele andere vormen van staatssteun voor een investering kan worden verkregen, bedraagt ten hoogste:
– 40% van de in aanmerking komende kosten voor investeringen ten behoeve van hulpbronnenefficiëntie en een circulaire economie, dit percentage kan worden verhoogd tot 50% voor steun aan middelgrote ondernemingen en tot 60% voor steun aan kleine ondernemingen,
– 30% van de in aanmerking komende kosten voor investeringen met betrekking tot CO2-afvang en -vervoer, dit percentage kan worden verhoogd tot 40% voor steun aan middelgrote ondernemingen en tot 50% voor steun aan kleine ondernemingen,
– 25% van de in aanmerking komende kosten voor investeringen, met uitzondering van investeringen die berusten op het gebruik van biomassa, die resulteren in een vermindering van de directe broeikasgasemissies met 100%, dit percentage kan worden verhoogd tot 30% voor steun aan middelgrote ondernemingen en tot 35% voor steun aan kleine ondernemingen, en
– 20% van de in aanmerking komende kosten voor overige investeringen, dit percentage kan worden verhoogd tot 25% voor steun aan middelgrote ondernemingen en tot 30% voor steun aan kleine ondernemingen.
De in aanmerking komende kosten zijn de bijkomende investeringskosten die nodig zijn om het niveau van milieubescherming te verhogen ten opzichte van wat gangbaar is.
10. In afwijking van punt 9 bedraagt de steun die middels de milieu-investeringsaftrek, willekeurige afschrijving milieu-investeringen en eventuele andere vormen van staatssteun voor een investering kan worden verkregen voor investeringen in bedrijfsmiddelen die verband houden met de primaire landbouwproductie of verwerking of afzet van landbouwproducten ten hoogste 65% van de investeringskosten, waarbij:
– bedrijfsmiddelen die verband houden met de primaire landbouwproductie in aanmerking komen voor ten hoogste € 600.000 aan steun per onderneming per investeringsproject, en
– bedrijfsmiddelen die verband houden met de verwerking of afzet van landbouwproducten in aanmerking komen voor ten hoogste € 7.500.000 aan steun per onderneming per investeringsproject.
11. Brandstof en mest worden niet beschouwd als grondstof, CO2 wordt wel beschouwd als grondstof.
F 1100
Productieapparatuur voor grondstoffen of producten op basis van biomassa
a. bestemd voor: het verwerken van afvalproducten en bijproducten van biomassa tot:
1. biomassagrondstoffen, of
2. (onderdelen van) een product waarin biomassagrondstoffen zijn toegepast,
waarbij onder punt 1 en 2 geldt dat:
– biomassa(grondstof) geen mest of biobased plastic is,
– het aandeel duurzame biomassa op gewichtsbasis toeneemt met ten minste 5 procentpunt ten opzichte van het gangbare aandeel,
– de grondstof of het product geen energie- of voedingsmiddeltoepassing krijgt,
– het restproduct al dan niet een energie- of voedingsmiddeltoepassing krijgt, en
– wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,
b. bestaande uit: productieapparatuur voor het verwerken van biomassa afvalstoffen en bijproducten.
Hierbij geldt dat:
– onder biomassa wordt verstaan de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische oorsprong uit de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, met inbegrip van de visserij en de aquacultuur, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van afval, met inbegrip van industrieel en huishoudelijk afval van biologische oorsprong, en
– onder voedingsmiddel wordt verstaan zowel humane als dierlijke voeding.
F 1101
Productieapparatuur voor (producten van) biobased plastics
a. bestemd voor: het voorkomen of verminderen van het gebruik van plastics van fossiele grondstoffen door:
1. het verwerken van biomassa tot biobased plastics, of
2. het produceren van (onderdelen van) producten met als grondstof biobased plastics gemaakt van biomassa,
waarbij onder punt 1 en 2 geldt dat:
– het gaat om plastics die de recycling van reguliere plastics niet verstoren,
– biologisch afbreekbare plastics die bewust een tijdelijke functie hebben van enkele jaren in bodem of water, moeten voldoen aan de eisen gesteld in EN 14995 en onder de toegepaste condities biologisch afbreekbaar zijn, en
– wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,
b. bestaande uit: apparatuur voor het verwerken van biomassa afvalstoffen en bijproducten tot biobased plastics.
Hierbij geldt dat:
– onder biomassa wordt verstaan de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische oorsprong uit de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, met inbegrip van de visserij en de aquacultuur, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van afval, met inbegrip van industrieel en huishoudelijk afval van biologische oorsprong, en
– onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.
F 1106
Productiesysteem met micro-organismen
a. bestemd voor: het met micro-organismen produceren van grondstoffen voor de chemische of voedingsmiddelenindustrie, waarbij:
1. het gebruik van grondstoffen tijdens het productieproces wordt verminderd ten opzichte van wat gangbaar is, of
- Regeling
- Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen 2009
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-01-2026
- BWB-id
- BWBR0025316
- Versie
- 2026-01-01_0