wetzoeker

Artikel 15 Regeling verkeersregelaars 2009

Intrekking van de aanstelling

1 Het ingevolge artikel 56, eerste lid, van het BABW bevoegde bestuursorgaan kan de aanstelling intrekken indien:

a. de aan het bevoegde gezag verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig dan wel in strijd met de waarheid blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, indien bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;

b. de beschikking door het bevoegde gezag in strijd met de wettelijke voorschriften is afgegeven;

c. het bevoegde gezag, na schriftelijke advisering door de politie, van oordeel is dat de betrokken transportbegeleider, verkeersregelaar met in het kader van het beroep verkeersregelende taken of evenementenverkeersregelaar tijdens werkzaamheden in die hoedanigheid gedragingen heeft verricht waardoor het verkeer in gevaar is of kon worden gebracht of heeft gehandeld in strijd met voorschriften, gegeven bij of krachtens de wet;

d. het bevoegde gezag, na schriftelijke advisering van de politie, van oordeel is dat de betrokken transportbegeleider tijdens werkzaamheden in die hoedanigheid ernstig of herhaaldelijk in strijd heeft gehandeld met artikel 16;

e. indien zulks naar het oordeel van het bevoegde gezag nodig is in verband met verandering van wetgeving of gewijzigde omstandigheden of inzichten;

f. de transportbegeleider, verkeersregelaar met in het kader van het beroep verkeersregelende taken of evenementenverkeersregelaar daartoe een verzoek indient;

g. de transportbegeleider of verkeersregelaar met in het kader van het beroep verkeersregelende taken niet meer het beroep uitoefent ten behoeve waarvan de aanstelling is verleend.

2 De intrekking van de aanstelling geschiedt schriftelijk.

Regeling
Regeling verkeersregelaars 2009
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2020
BWB-id
BWBR0025299
Versie
2020-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl