wetzoeker

Wijzigingswet Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, enz. (flexibilisering, verduidelijking en aanvullingen regeling rechtspositie rechterlijke ambtenaren en rechterlijke ambtenaren in opleiding)

Wet van 11 december 2008 tot wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en enige andere wetten in verband met de flexibilisering en verduidelijking alsmede enkele aanvullingen van de regeling van de rechtspositie van rechterlijke ambtenaren en rechterlijke ambtenaren in opleiding

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2010
Rechtsgebied
Ambtenarenrecht, Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Procesrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0025155
Versie
2010-07-01_0
SHA-256 bron
6231808372c58c41704fc151b6e3837a48c41500565c55e47b38e670fdfff9b3

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (27)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel IVa
  6. Artikel IVb
  7. Artikel V
  8. Artikel VI
  9. Artikel VII
  10. Artikel VIIa
  11. Artikel VIIb
  12. Artikel VIIc
  13. Artikel VIId
  14. Artikel VIIe
  15. Artikel VIIf
  16. Artikel VIIg
  17. Artikel VIIh
  18. Artikel VIIi
  19. Artikel VIIj
  20. Artikel VIIk
  21. Artikel VIIl
  22. Artikel VIIm
  23. Artikel VIIn
  24. Artikel VIII
  25. Artikel VIIIa
  26. Artikel IX
  27. Artikel X

Artikel I

Wijzigt de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

Artikel II

Wijzigt de Wet op de rechterlijke organisatie.

Artikel III

Wijzigt de Beroepswet.

Artikel IV

Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie.

Artikel IVa

Wijzigt de Advocatenwet, de Gerechtsdeurwaarderswet, de Loodsenwet en de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.

Artikel IVb

Wijzigt de Algemene wet gelijke behandeling, de Uitvoeringswet grondkamers, de Wet bescherming persoonsgegevens, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de Aanpassingswet invoering bachelor-masterstructuur, de Wet personenvervoer 2000 en de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.

Artikel V

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel VI

Wijzigt de Algemene wet op het binnentreden.

Artikel VII

Wijzigt de Ambtenarenwet.

Artikel VIIa

Wijzigt de Comptabiliteitswet 2001.

Artikel VIIb

Wijzigt de Militaire Ambtenarenwet 1931.

Artikel VIIc

Wijzigt de Wet gewetensbezwaren militaire dienst.

Artikel VIId

Wijzigt de Wet op de Raad van State.

Artikel VIIe

Wijzigt de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990.

Artikel VIIf

Wijzigt de Wet organisatie en bestuur gerechten.

Artikel VIIg

Wijzigt de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005.

Artikel VIIh

Wijzigt de Wet op de Raad van State en deze wet.

Artikel VIIi

Wijzigt de Wet op de Raad van State.

Artikel VIIj

Wijzigt de Wijzigingswet Wet op de Raad van State (herstructurering Raad van State) en de Wet op de rechterlijke organisatie.

Artikel VIIk

Wijzigt de Wet Dieren en deze wet.

Artikel VIIl

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 1.

Artikel VIIm

Wijzigt de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

Artikel VIIn

Wijzigt de Beroepswet en de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie.

Artikel VIII

De artikelen 1:1, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en 47, derde en vierde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, zoals deze luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing, indien een schriftelijke beslissing of een handeling van een onafhankelijk bij wet ingesteld met rechtspraak belast orgaan, de voorzitter of een lid van een zodanig orgaan, het bestuur van een zodanig orgaan of de voorzitter van dat bestuur, de Raad voor de rechtspraak, dan wel de procureur-generaal, de plaatsvervangend procureur-generaal of een advocaat-generaal bij de Hoge Raad, waarbij een voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar als zodanig of een nagelaten betrekking of rechtverkrijgende belanghebbende is, voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is genomen of verricht.

Artikel VIIIa

1 De benoemingsbesluiten van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet het ambt vervullen van coördinerend vice-president van, vice-president van, raadsheer in, raadsheer-plaatsvervanger in of gerechtsauditeur bij een gerechtshof onderscheidenlijk coördinerend vice-president van, vice-president van, rechter in, rechter-plaatsvervanger in of gerechtsauditeur bij een rechtbank, worden mede aangemerkt als besluiten tot vaststelling bij welk gerechtshof onderscheidenlijk welke rechtbank zij hun ambt vervullen, bedoeld in artikel 5b, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

2 De benoemingsbesluiten van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet bij een tot het openbaar ministerie behorend parket het ambt vervullen van hoofdadvocaat-generaal, plaatsvervangend hoofdadvocaat-generaal, advocaat-generaal, plaatsvervangend advocaat-generaal, hoofdofficier, fungerend hoofdofficier, plaatsvervangend hoofdofficier, officier eerste klasse, officier, substituut-officier, plaatsvervangend officier van justitie, officier enkelvoudige zittingen of plaatsvervangend officier enkelvoudige zittingen, worden mede aangemerkt als besluiten tot vaststelling bij welk parket zij hun ambt vervullen, bedoeld in artikel 5b, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

Artikel IX

Na de inwerkingtreding van deze wet:

a. berust het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren op de artikelen 5, tweede en derde lid, 5d tot en met 5f, 5g, derde lid, 7, derde lid, 9, tweede lid, 19a, 19b, 45, derde lid, 50, vierde lid, 51, derde lid, en 54 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;

b. berusten het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren en het Kostuum- en titulatuurbesluit rechterlijke organisatie op artikel 54 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;

c. berust het Besluit opleiding rechterlijke ambtenaren op de artikelen 145, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie en de artikelen 5, tweede en derde lid, 5d, tweede lid, 5g, vijfde lid, en 54 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;

d. berust het Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak op de artikelen 16, eerste en zesde lid, 25, tweede lid, en 86, eerste, zesde, zevende en achtste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, 3 van de Beroepswet en 4 van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie; en

e. berust het Besluit uitoefening rechtspositionele bevoegdheden gerechtsambtenaren en ambtenaren bureau Raad voor de rechtspraak op de artikelen 25, tweede lid, en 89, derde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

Artikel X

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, en kan terugwerken tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.