wetzoeker

Beleidsregels dierenwelzijn 2009

Beleidsregels van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 22 december 2008, nr. TRCJZ/2008/3638, houdende vaststelling van beleidsregels inzake dierenwelzijn

Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-01-2020
Rechtsgebied
Agrarisch recht, Milieurecht, Ruimtelijke ordening en milieu
Ministerie
Economische Zaken
BWB-id
BWBR0025046
Versie
2020-01-01_0
SHA-256 bron
f7369b2bbac02ae8f188e05c801cc7f8cc636edad2c2fa2ffa7025205bcabccf

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (28)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 4a
  6. Artikel 5
  7. Artikel 6
  8. Artikel 7
  9. Artikel 7a
  10. Artikel 7b
  11. Artikel 8
  12. Artikel 9
  13. Artikel 10
  14. Artikel 11
  15. Artikel 12
  16. Artikel 13
  17. Artikel 14
  18. Artikel 15
  19. Artikel 16
  20. Artikel 16a
  21. Artikel 17
  22. Artikel 18
  23. Artikel 19
  24. Artikel 20
  25. Artikel 21
  26. Artikel 22
  27. Artikel 23
  28. Artikel 24

Artikel 1

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

besluit: Besluit houders van dieren;

minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

transportverordening: verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van de Europese Unie van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en Verordening (EG) nr. 1255/97 (PbEU 2005, L 3).

Artikel 2

Vervallen

Artikel 3

Vervallen

Artikel 4

Vervallen

Artikel 4a

Vervallen

Artikel 5

Vervallen

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7

Vervallen

Artikel 7a

Vervallen

Artikel 7b

Vervallen

Artikel 8

Vervallen

Artikel 9

Vervallen

Artikel 10

Vervallen

Artikel 11

Vervallen

Artikel 12

Vervallen

Artikel 13

Vervallen

Artikel 14

Vervallen

Artikel 15

Vervallen

Artikel 16

Vervallen

Artikel 16a

1 Als voldoende stahoogte als bedoeld in artikel 3, onderdeel g, van de transportverordening wordt beschouwd:

a. Voor runderen, behoudens voor slachtrunderen ouder dan één jaar: ten minste 20 centimeter ruimte boven de kruin van het grootste dier;

b. Voor slachtrunderen ouder dan één jaar: ten minste 25 centimeter boven de schofthoogte van het hoogste dier;

c. Voor schapen en geiten: ten minste 20 centimeter ruimte boven de kruin van het grootste dier;

d. Voor varkens: ten minste 30 centimeter ruimte boven het hoogste punt van het grootste dier.

2 Indien het vervoermiddels is voorzien van een geforceerd ventilatiesysteem wordt in afwijking van het eerste lid, onderdeel c, 15 centimeter ruimte boven het hoogste punt van het grootste dier als voldoende stahoogte beschouwd.

3 Voor de toepassing van deze beleidsregels wordt als maximum toegestane hoogte van bedrijfsauto’s de hoogte gehanteerd die bepaald is bij artikel 5.3.6 van de Regeling voertuigen.

Artikel 17

Vervallen

Artikel 18

1 Bij gebruik van een zwevende trog waarvan de onderkant zich minimaal 20 centimeter boven de vloer bevindt, mag in de gevallen dat het varken ongehinderd met zijn kop onder de trog kan rusten, de ruimte onder de zwevende trog als vrije ruimte als bedoeld in artikel 2.19, derde lid, van het besluit, worden meegerekend.

2 Bij gebruik van een verzonken trog zonder obstakels mag van de vrije ruimte als bedoeld in artikel 2.19, derde lid, van het besluit, 15 centimeter verzonken zijn.

Artikel 19

Vervallen

Artikel 20

Vervallen

Artikel 21

Vervallen

Artikel 22

Vervallen

Artikel 23

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels dierenwelzijn 2009

Artikel 24

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 januari 2009.