wetzoeker

Artikel 11 Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit secretaris-generaal SZW 2009

Slotbepalingen

1 De directeuren kunnen hun vertegenwoordigingsbevoegdheden in een door hen te bepalen omvang doorverlenen aan onder hen ressorterende functionarissen, met dien verstande dat bevoegdheden met betrekking tot personeelsaangelegenheden slechts kunnen worden doorverleend aan rechtstreeks onder hen ressorterende functionarissen en slechts voor zover het betreft:

a. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van een beoordeling van medewerkers;

b. het houden van manager-medewerker gesprekken;

c. verlof van medewerkers;

d. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur.

2 In afwijking van het eerste lid kunnen directeuren bevoegdheden met betrekking tot personeelsaangelegenheden, genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, doorverlenen aan functionarissen die rechtstreeks ressorteren onder rechtstreeks onder hen ressorterende functionarissen, voor zover dit noodzakelijk is vanwege de organisatiestructuur van de directie en voor zover de secretaris-generaal daarmee schriftelijk instemt.

3 Onverminderd het eerste lid kunnen directeuren, na voorafgaande schriftelijke toestemming van de secretaris-generaal, hun vertegenwoordigingsbevoegdheden doorverlenen aan functionarissen van een ander organisatieonderdeel, mits de betreffende functionaris daarmee schriftelijk instemt.

4 De (door)verlening van (onder-)mandaat, volmacht en machtiging kan uitsluitend bij een schriftelijk besluit geschieden.

Regeling
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit secretaris-generaal SZW 2009
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
16-04-2026
BWB-id
BWBR0024991
Versie
2026-04-16_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl