wetzoeker

Wijzigingswet Monumentenwet 1988 en Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (beperking ministeriële adviesplicht bij aanvragen monumentenvergunning)

Wet van 18 december 2008 tot wijziging van de Monumentenwet 1988 in verband met onder meer beperking van de ministeriële adviesplicht bij aanvragen om een monumentenvergunning

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2009
Rechtsgebied
Cultureel recht
Ministerie
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
BWB-id
BWBR0024929
Versie
2009-01-01_0
SHA-256 bron
9e30953de3809eb9f6f93ed547e90bd598f4a3e09b17632f75fbd65a66755ca2

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV

Artikel I

Wijzigt de Monumentenwet 1988.

Artikel II

1 Verzoeken als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Monumentenwet 1988, zoals die bepaling op 31 december 2008 luidde, betreffende voor 1 januari 1940 vervaardigde monumenten als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 1, van die wet die voor 1 januari 2009 zijn ingediend, worden afgehandeld overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de Monumentenwet 1988, zoals die wet op 31 december 2008 luidde.

2 Bezwaar- en beroepschriften tegen een besluit met betrekking tot een verzoek als bedoeld in het eerste lid worden afgehandeld overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de Monumentenwet 1988, zoals die wet op 31 december 2008 luidde.

Artikel III

Wijzigt de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken.

Artikel IV

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2009.