wetzoeker

Regeling vergoeding schade persoonlijk eigendom

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-04-2025
Rechtsgebied
Openbare orde en veiligheidsrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0024784
Versie
2025-04-01_0
SHA-256 bron
305f33b1f7ffc106d48ec9665d03ff8aab881309af763c7c093b5402655e3186

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (6)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. bevoegd gezag: bevoegd gezag genoemd in artikel 1, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie;

b. ambtenaar: ambtenaar genoemd in artikel 1, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie;

c. schade: de waardevermindering van persoonlijk eigendom als gevolg van beschadiging of verlies;

d. vervangingswaarde: de prijs van een naar aard en kwaliteit aan het beschadigde eigendom gelijkwaardig nieuw product;

e. restwaarde: de waarde van een product waarbij rekening is gehouden met ouderdom en normale slijtage.

Artikel 2

1 Het bevoegd gezag vergoedt schade aan persoonlijk eigendom van de ambtenaar die hij buiten zijn schuld lijdt ten gevolge van de uitoefening van zijn dienst, voor zover die schade niet bestaat uit de normale slijtage van die goederen en de ambtenaar niet op andere wijze aanspraak kan maken op geheel of gedeeltelijke vergoeding van de geleden schade.

2 In het geval dat persoonlijke eigendom wordt beschadigd tijdens woon-werkverkeer of buiten diensttijd, bestaat alleen aanspraak op een schadevergoeding indien er sprake is van een rechtstreeks verband met de dienstuitoefening.

3 Indien de schade is veroorzaakt door opzettelijk onrechtmatige dan wel opzettelijk wederrechtelijke of bewust roekeloze handelingen door de ambtenaar of indien de schade is veroorzaakt door grove nalatigheid van de ambtenaar, bestaat er geen aanspraak op schadevergoeding.

Artikel 3

1 De hoogte van de schadevergoeding is gelijk aan de restwaarde van het beschadigde eigendom, met een minimum 25% van de vervangingswaarde.

2 In afwijking van het eerste lid wordt bij schade aan brillenglazen, zonnebrilglazen op sterkte en duurzame lenzen de vervangingswaarde vergoed.

3 Voor de volgende artikelen geldt per gebeurtenis bij schade een maximale vergoeding:

a. brilmonturen: € 277,02

b. horloges: € 138,50

c. sieraden: € 138,50

d. zonnebrillen: € 69,24.

4 Iedere drie jaar wordt de hoogte van de in het derde lid genoemde bedragen herzien.

5 Indien herstel van het beschadigde eigendom mogelijk is tegen een geringer geldbedrag dan vervanging, worden ten minste de herstelkosten vergoed.

Artikel 4

1 Indien een ambtenaar in aanmerking wil komen voor vergoeding van zijn beschadigde eigendom, dient hij in beginsel binnen acht weken nadat de schade is ontstaan een aanvraag in bij het bevoegd gezag.

2 Bij de aanvraag gaat vergezeld van een aanschafbon van het beschadigde artikel.

3 Indien de ambtenaar niet over een aanschafbon beschikt, maakt hij op andere wijze de hoogte van het aankoopbedrag en de datum van aanschaf aannemelijk.

Artikel 5

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 6

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling vergoeding schade persoonlijk eigendom.