Het format Circulaire spoorse doorsnijdingen 2e tranche
1. Algemene informatie
Naam gemeente
Naam en functie contactpersoon
Betrokken partners
Bezoekadres
Postadres
Postcode
Plaats
Telefoonnummer
Fax
2. Beschrijving van het project waarvoor een decentralisatie-uitkering wordt aangevraagd, waarbij in ieder geval is opgenomen:
– wat de geografische afbakening van het project is;
– welke onderdelen het project kent;
– een plankaart inclusief afbakening;
– een plan: beschrijving van de werkzaamheden die ertoe leiden dat het project gerealiseerd wordt.
3. Doel van het project. Wat wil de gemeente met het project bereiken?
4. Welke procedures moeten nog doorlopen worden om het project ten uitvoer te brengen? Hoe verloopt het besluitvormingsproces en wat is de doorlooptijd van deze procedures? De procedures waarnaar gevraagd wordt, zijn onder meer die procedures waar bezwaar mogelijk is en die de realisatie van het project kunnen verhinderen. Hierbij kan worden gedacht aan ruimtelijke-ordenings-procedures, grondverwervingen, vergunningprocedures en inspraakprocedures.
5. Wat is de financiële onderbouwing van het project? Dit dient een gedegen kwalitatieve en kwantitatieve onderbouwing te zijn, waarin in ieder geval is opgenomen:
a. wat de kosten zijn voor het project, opgebouwd volgens de Standaard Systematiek Kostenramingen (SSK, CROW publicatie 137, tweede druk), prijspeil 2008. De volledige onderbouwing van de kostenraming dient meegeleverd te worden. Zie hiervoor ook de toelichting.
b. welke partijen welk bedrag dragen (procentueel en absoluut) en uit welke stukken dit blijkt. Afschrift van de stukken, met verwijzing bijvoegen.
c. wat de gevraagde bijdrage is (procentueel en absoluut). Hierbij dient, bij de onderbouwing, rekening gehouden te worden met artikel 3 en de daarin genoemde kosten.
d. voor welk jaar/welke jaren wordt de uitkering aangevraagd? (cashflow planning)
A. criterium ‘stedelijke bereikbaarheid’
In hoeverre worden nieuwe of bestaande woonwijken beter ontsloten? Hierbij wordt een kwalitatieve beschrijving verwacht als mede een kwantitatieve aanduiding uitgedrukt in omrijtijd en reistijd.
In hoeverre worden stedelijke voorzieningen beter ontsloten? Hierbij moet worden aangegeven om welke voorzieningen het gaat en, voor zover bekend, om hoeveel gebruikers het gaat.
In hoeverre wordt de relatie tussen functioneel samenhangende stedelijke gebieden verbeterd? Hierbij moet worden aangegeven om welke samenhang het gaat en, indien bekend, om hoeveel gebruikers het gaat.
In hoeverre wordt de capaciteit en doorstroming van het onderliggende wegennet verbeterd? Dit dient te worden uitgedrukt in wachttijden voor weggebruikers, onder te verdelen in gemotoriseerde voertuigen (behalve bromfietsen) en andere weggebruikers. Hierbij dient zowel de huidige als de toekomstige situatie te worden beschreven.
B. criterium ‘kwaliteit leefomgeving’
Is er sprake van een geluidssituatie waarbij de wettelijke normen worden overtreden? Verandert deze situatie als gevolg van realisatie van het project? Gaat het hier om een verhoging of verlaging van de geluidsoverlast? Voor hoeveel woningen, geluidsgevoelige bestemmingen, en geluidsgehinderden is dit het geval?
Is er sprake van een geluidssituatie binnen de wettelijke normen? Verandert deze situatie als gevolg van de realisatie van het project? Gaat het hier om een verhoging of verlaging van de geluidsoverlast? Voor hoeveel woningen, geluidsgevoelige bestemmingen, en geluidsgehinderden is dit het geval?
In hoeverre is er sprake van overlast voor de omgeving als gevolg van trillingen? In welke mate wijzigt dit door maatregelen uit het project.
In hoeverre leiden de maatregelen uit het project tot een verandering van de luchtkwaliteit?
Wat is het effect van het project op de sociale veiligheid in het plangebied?
In hoeverre is er draagvlak voor het project bij de inwoners en maatschappelijke organisaties?
Hoe beïnvloedt het project de economische ontwikkeling van het plangebied?
Hoe beïnvloedt het project de toekomstige stedelijke ontwikkelingen?
C. Criterium veiligheid
Wat is het effect van het project op de ongevalskans op overwegen in het plangebied?
In welke mate draagt het project bij aan het verhinderen van vandalisme op en om het spoor?
In welke mate draagt het project bij aan het verhinderen van suïcide op en om het spoor?
Wat is het effect van het project op de bereikbaarheid van het spoor (voor hulpdiensten en als vluchtwegen)?
Wat is het effect van het project op de veiligheid op het omliggende wegennet?
D. Spoorgebruik
In hoeverre is de toekomstvastheid en duurzaamheid van het spoorsysteem geborgd?
Wat is het effect van het project op:
a. de capaciteit van het spoorsysteem?
b. beschikbaarheid van het spoorsysteem?
c. betrouwbaarheid van het spoorsysteem?
Deze vraag dient zowel voor de nieuwe situatie na realisatie als voor de tijdelijke situatie tijdens de realisatie beantwoord te worden.
Wat is het effect van de maatregelen op de kosten van beheer en instandhouding van de spoorweginfrastructuur?
Opmerking: Indien het niet mogelijk is deze gegevens te leveren, zullen deze op verzoek van de minister ten behoeve van de beoordeling door ProRail worden bepaald.
- Regeling
- Circulaire spoorse doorsnijdingen 2e tranche
- Soort
- Circulaire
- Geldend vanaf
- 28-11-2008
- BWB-id
- BWBR0024770
- Versie
- 2008-11-28_0