wetzoeker

1.1 — Politieke en sociaal-economische kenmerken van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden Regeling centraal examen 2006

Politieke en sociaal-economische kenmerken van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden

In staatkundig opzicht was de Republiek een statenbond: de gewesten bezaten een verregaande vorm van autonomie. De gemeenschappelijke strijd tegen Spanje (1568- 1648), waaruit de Republiek was ontstaan, zorgde wel voor een gevoel van verbondenheid. Bovendien hadden alle gewesten in de persoon van de stadhouder dezelfde hoge politieke en militaire bestuurder uit het Huis van Oranje. De meeste inwoners oriënteerden zich echter vooral op eigen gewest, stad of streek, waar taal, bestuur en handelspraktijk aanzienlijk konden verschillen. In de Republiek werd aan de (calvinistische) gereformeerde kerk een overheersende positie toegekend, maar andere geloofsovertuigingen waren niet verboden. Door een gunstig economisch klimaat en de acceptatie van andersdenkenden was in de ’Gouden Eeuw’ een relatief tolerante en in religieus opzicht heterogene samenleving ontstaan, waar naast de gereformeerde kerk diverse andere protestantse kerkgenootschappen, joden en rooms-katholieken werden getolereerd. Al deze laatste groepen werden wel als tweederangs burgers beschouwd en zij mochten geen openbare ambten bekleden.

Standsverschillen lagen vast en waren een algemeen aanvaard gegeven. De algemene opvatting was dat iedereen op zijn eigen wijze bijdroeg aan het algemeen welzijn en recht had op een levenspeil en levensomstandigheden passend bij zijn stand. De gegoede burgerij, minder dan 10% van de bevolking, vormde de top en maakte in politiek, economisch en maatschappelijk opzicht de dienst uit. Een beperkt aantal zeer rijke families verdeelde de hoge bestuursfuncties veelal via corrupte praktijken en vriendjespolitiek onder elkaar. Tussen de gegoede burgerij en de rest van de bevolking gaapte een diepe kloof. Rond een kwart van de bevolking behoorde tot de kleine burgerij, die bestond uit de beter gesitueerde kleine ondernemers als winkeliers en gegoede ambachtslieden. De rest van de bevolking,zo’n zestig à zeventig procent, vormde de volksklasse van geschoolde werklieden, vaste en losse arbeiders, dienstpersoneel en, helemaal onderaan op de maatschappelijke ladder, de bedeelden.

De opkomst van meer gecentraliseerde naties als Engeland en Frankrijk in de loop van de 18e eeuw leidde tot een relatieve achterstand van de Republiek in de internationale handel. In de nijverheid werd niet meer geïnvesteerd. In het westen stagneerde hierdoor de economie en verarmde de bevolking in de dichtbevolkte steden, voorheen de dragers van de welvaart. Omstreeks 1800 brachten de Napoleontische oorlogen handel en nijverheid opnieuw een zware slag toe. In een economie die ruim anderhalve eeuw vooral op handel en nijverheid was gebaseerd, verschoof het zwaartepunt weer naar de landbouw.

Regeling
Regeling centraal examen 2006
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-08-2004
BWB-id
BWBR0024727
Versie
2004-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl