wetzoeker

7.2 — Discussie over de lespraktijk Regeling centraal examen 2006

Discussie over de lespraktijk

De schoolwet van 1857 stelde naast de basisvakken lezen, schrijven en rekenen ook een aantal zaakvakken verplicht, evenals schoolzang. Over invulling en doel van deze vakken bestond niet altijd overeenstemming. Ten aanzien van het geschiedenisonderwijs verschilden openbaar en confessioneel onderwijs van mening over de vraag welke onderwerpen er behandeld dienden te worden en vanuit welke invalshoek dit moest gebeuren. In de lesboeken, die vanaf circa 1880 op de markt kwamen, werd de vaderlandse geschiedenis vanuit een protestants nationalistisch perspectief behandeld, met een sterk accent op de zestiende en zeventiende eeuw. Met name katholieke scholen hadden hier moeite mee.

In het kader van de schoolzang werden op openbare en protestantse scholen de liederen uit Valerius’ ’Gedenck- Clanck’ gezongen die eveneens verwezen naar het roemrijke verleden van de Nederlandse Republiek tijdens de opstand tegen Spanje en daarna. Het Wilhelmus - aanvankelijk ook weinig populair bij het katholieke volksdeel - werd aan het eind van de negentiende eeuw meer en meer een nationaal volkslied, en verwierf met name via het lager onderwijs bekendheid. Aan het eind van de eeuw werden de liederen in het algemeen meer nationalistisch en orangistisch van toon. Het lager onderwijs ging rond die tijd een belangrijke rol spelen bij de jaarlijkse viering van ’koninginnedag’. Een en ander leidde soms tot ontevredenheid bij onderwijzers, van wie een niet onaanzienlijk deel sympathiseerde met de sociaal-democraten. Ook over het esthetische of vormende dan wel het praktische doel van schoolvakken bestond niet altijd overeenstemming. Het vak vormleer diende volgens de overheid geen esthetisch doel, maar was gericht op het kunnen begrijpen en aanpassen van bouwtekeningen. Anderen wezen echter ook op de verheffende werking van vakken als kunstzinnig tekenen en literatuur juist voor arbeiderskinderen, omdat zij er van huis uit niet mee in aanraking kwamen. Vanuit meer progressieve opvattingen maakten onderwijzers echter ook bezwaar tegen sommige literaire teksten of gedichten, die in hun ogen strijdig waren met de levenssfeer van arbeiderskinderen.

De vrijheid van onderwijs en de schoolwet van 1857 maakte de oprichting van confessionele scholen mogelijk, maar niet alle ouders die deze vorm van onderwijs voor hun kinderen wensten konden hem ook betalen. Het ontstaan van het confessionele onderwijs leidde er wel toe dat openbare scholen hun vrijzinnig protestantse karakter langzamerhand wat verloren en in toenemende mate neutraal en minder godsdienstig van karakter werden.

Regeling
Regeling centraal examen 2006
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-08-2004
BWB-id
BWBR0024727
Versie
2004-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl