wetzoeker

Artikel 6 Besluit vaststelling twee vergunningen voor digitale omroep zoals na procedure van veiling worden verleend

Dit artikel regelt de ingebruiknameverplichting van de frequentieruimte. Uiterlijk 36 maanden na de inwerkingtreding van de vergunning moet in tenminste zestien van de 117 gebieden bedoeld in de figuren 2.1 tot en met 2.16 een opstelpunt in gebruik zijn genomen. Na 72 maanden geldt dit voor 94 van de 117 gebieden. Uiteraard dient het gebruik in overeenstemming te zijn met de bestemming in het vigerende Nationaal Frequentieplan (NFP), zie daarvoor artikel 2 van deze vergunning.

Uitgangspunt bij de keuze voor de ingebruiknameverplichting is dat het niet in gebruik nemen van uitgegeven frequentieruimte ondoelmatig is. Tevens is een uitgangspunt dat, gelet op de uiteenlopende businesscasus en onzekerheid over de verdere ontwikkeling van de markt voor digitale omroep, geen te zware ingebruiknameverplichting moet worden opgelegd. De gekozen ingebruiknameverplichting voldoet aan beide uitgangspunten.

Mocht in de praktijk blijken dat een vergunninghouder om defensieve redenen niet verder uitrolt dan strikt noodzakelijk is om aan de ingebruiknameverplichting te voldoen, dan zal worden bezien of het uit oogpunt van doelmatig ethergebruik nodig is om de uitrolverplichting aan te scherpen. Artikel 17 van het Frequentiebesluit biedt hiervoor de basis.

Regeling
Besluit vaststelling twee vergunningen voor digitale omroep zoals na procedure van veiling worden verleend
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2009
BWB-id
BWBR0024724
Versie
2009-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl