wetzoeker

Besluit tijdelijk huisverbod

Besluit van 20 oktober 2008, houdende regels over de aard van de feiten en omstandigheden die aanleiding kunnen geven om een huisverbod op te leggen (Besluit tijdelijk huisverbod)

Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2009
Afkortingen
Bth
Rechtsgebied
Openbare orde en veiligheidsrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0024658
Versie
2009-01-01_0
SHA-256 bron
48f42d5663a615369a028b43d6eacab81100a4611c4b41386eff154350866705

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. 1 — Feiten en omstandigheden die de persoon betreffen ten aanzien van wie wordt overwogen om een huisverbod op te leggen (artikel 2, tweede lid, onder a):
  6. 2 — Feiten en omstandigheden die het verloop van het incident betreffen (artikel 2, tweede lid, onder b):
  7. 3 — Feiten en omstandigheden die de leefomstandigheden van de betrokkene of zijn huisgenoten betreffen (artikel 2, tweede lid, onder c):

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder huisverbod: huisverbod als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet tijdelijk huisverbod.

Artikel 2

1 Bij de afweging of een huisverbod wordt opgelegd, betrekt de burgemeester uitsluitend de in de bijlage bij dit besluit opgenomen feiten en omstandigheden.

2 De in het eerste lid bedoelde feiten en omstandigheden hebben betrekking op:

a. de persoon ten aanzien van wie wordt overwogen een huisverbod op te leggen;

b. het verloop van het incident dat de aanleiding is te overwegen een huisverbod op te leggen; en

c. de leefomstandigheden van de persoon, bedoeld onder a, en degenen die met deze persoon in dezelfde woning wonen of daarin anders dan incidenteel verblijven.

3 Onder de feiten en omstandigheden, bedoeld in het tweede lid, onder a, worden mede begrepen de politiegegevens met betrekking tot de persoon ten aanzien van wie wordt overwogen een huisverbod op te leggen, voor zover de burgemeester deze gegevens behoeft in het kader van de afweging, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet tijdelijk huisverbod in werking treedt.

Artikel 4

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit tijdelijk huisverbod.

Bijlage — als bedoeld in artikel 2, eerste lid › 1 — Feiten en omstandigheden die de persoon betreffen ten aanzien van wie wordt overwogen om een huisverbod op te leggen (artikel 2, tweede lid, onder a):

1 — Feiten en omstandigheden die de persoon betreffen ten aanzien van wie wordt overwogen om een huisverbod op te leggen (artikel 2, tweede lid, onder a):

a. Antecedenten en incidenten (op basis van politieregistratie):

– registraties (HKS) en mutaties geweld

– registraties (HKS) en mutaties zeden

– registraties (HKS) en mutaties wapengerelateerd

– registraties (HKS) en mutaties overig

b. Mate van aanspreekbaarheid:

– volledig in de war

– apathisch, zich extreem afsluiten

– gewelddadig, onhandelbaar, niet te corrigeren (tegen slachtoffer of derden)

– extreem jaloers tegenover slachtoffer

– dreigementen om zichzelf wat aan te doen of zichzelf daadwerkelijk te verwonden

c. Riskante gewoonten (alcohol- of drugsgebruik):

– signalen wijzend op verslaving of excessief gebruik van alcohol

– signalen wijzend op verslaving of excessief gebruik van soft drugs

– signalen wijzend op verslaving of excessief gebruik van hard drugs

– onder behandeling (geweest) voor verslaving

– op het moment fors gedronken (of sterk vermoeden)

– op het moment drugs gebruikt (of sterk vermoeden)

Bijlage — als bedoeld in artikel 2, eerste lid › 2 — Feiten en omstandigheden die het verloop van het incident betreffen (artikel 2, tweede lid, onder b):

2 — Feiten en omstandigheden die het verloop van het incident betreffen (artikel 2, tweede lid, onder b):

a. Bedreiging:

– verbaal (schelden, schreeuwen)

– dreigen met fysiek geweld

– dreigen met wapen

– dreigen met doden

b. Psychisch geweld:

– slachtoffer onder druk zetten door geweld tegen kinderen en/of huisgenoten

– slachtoffer onder druk zetten door geweld tegen huisdieren

– slachtoffer onder druk zetten door vernielen (dierbare) eigendommen van het slachtoffer

– slachtoffer onder druk zetten door hem te vernederen of te dwingen iets tegen de wil te doen

c. Lichamelijk geweld:

– duwen, schoppen, stompen, haren trekken e.d.

– zware kneuzingen, brandwonden, gebroken ledematen

– verwonden met wapen

– verwurging

d. Seksueel geweld:

– verkrachting of aanranding

– gedwongen seks of prostitutie

– (vermoeden van) kindermisbruik

e. Zwaarte van de intimidatie:

– geweld is willekeurig en volstrekt zonder aanleiding

– (dreiging van) plotselinge, extreme uitbarsting van geweld

– zwaar fysiek geweld (al dan niet met ernstig letsel)

– slachtoffer is totaal niet weerbaar

f. Geweldsontwikkeling:

– de zwaarte van het geweld is de laatste jaren toegenomen

– de frequentie van geweld is de laatste jaren toegenomen

g. Wapens:

– in bezit van vuurwapen

– in bezit van wapenvergunning

– gebruik van slagwapen, steekwapen of (nep-)vuurwapen

– gebruik van «toevallige» wapens (servies, asbak, keukenmes e.d.)

h. Gevaarsniveau wapengebruik:

– ermee dreigen

– ermee gooien van een afstand

– het slachtoffer er direct mee verwonden (direct fysiek contact)

– bewuste (bedoelde) verwonding slachtoffer (min of meer met voorbedachten rade)

i. Aanwezigheid van kinderen:

– kinderen getuige van geweld

– kinderen apathisch, huilen of schrikachtig

– geweld gepleegd tegen kinderen

– kinderen gewond

– ondertoezichtstelling of andere kinderbeschermingsmaatregel

j. Geweldsverwachting:

– slachtoffer vreest toekomstig geweld

k. Rechtvaardiging achteraf:

– berouw tonen, maar zich verschuilen achter externe oorzaken

– ontkennen of minimaliseren van het geweld

– rechtvaardigen van geweld

Bijlage — als bedoeld in artikel 2, eerste lid › 3 — Feiten en omstandigheden die de leefomstandigheden van de betrokkene of zijn huisgenoten betreffen (artikel 2, tweede lid, onder c):

3 — Feiten en omstandigheden die de leefomstandigheden van de betrokkene of zijn huisgenoten betreffen (artikel 2, tweede lid, onder c):

a. Spanning door werkgerelateerde problemen:

– (langdurige) werkloosheid

– recent ontslag of dreiging van ontslag

– problemen met betrekking tot arbeidsongeschiktheids- of werkloosheidsuitkering

– spanningen op het werk

b. Spanning door financiële problemen:

– veel schulden

– financieel niet kunnen rondkomen

– vermoeden van een gokprobleem

c. Spanning door familie- en relatieproblemen:

– problemen met kinderen uit een eerdere relatie

– niet accepteren van een zwangerschap

– onenigheid over opvoeding van kinderen

– gedragsproblemen bij kinderen

– lopende echtscheidingsprocedure

– overige relatieproblemen

– problemen met betrekking tot verblijfsvergunning e.d.

d. Sociaal isolement door beperkte vrienden- of kennissenkring:

– strikte beperking van contacten (binnen eigen cultuur of geloof)

– contacten met buitenwereld verlopen alleen via betrokkene

– betrokkene verbiedt contact met vrienden of bekenden

e. Sociaal isolement door rollenpatroon:

– betrokkene controleert financiën, paspoort e.d.

– slachtoffer heeft geen zeggenschap binnenshuis

– slachtoffer mag niet of nauwelijks buitenshuis komen

f. Sociaal isolement door onaangepast gezin:

– er is geen contact te maken met het gezin

– geschillen met anderen worden door ruzie of geweld opgelost

– binnen het gezin is er veel ruzie

– antecedenten slachtoffer die wijzen op sociaal isolement

– antecedenten andere gezinsleden die wijzen op sociaal isolement

– sociaal isolement door excessief middelengebruik of verslaving