Elektrische en elektronische installaties Regeling opleiding en examen bevoegdverklaringen AML en Part-66 AML
1. Gelijkstroomtechniek
• stroomsterkte, spanning, weerstand en vermogen;
• wet van Ohm, 1e en 2e wet van Kirchhoff, Brug van Wheatstone;
• de magnetische werking van stroom: elektromagneet;
• lood- en nikkelcadmium accumulatoren:
a. constructie, werking en opbouw;
b. capaciteit en capaciteitsafhankelijkheid t.a.v. de stroom;
c. verloop soortelijk gewicht bij laden en ontladen;
d. spanning per cel tijdens laden, in bedrijf of in ontladen toestand;
e. inwendige weerstand;
f. voor- en nadelen nikkelcadmium- t.a.v. loodaccumulatoren.
2. Componenten/materialen
2.1 Weerstanden
• eenheid van weerstand/kleurcodering;
• temperatuur afhankelijkheid;
• vermogen;
• parallel- en serieschakeling;
• instelbare en variabele weerstand;
• temperatuur gevoelige weerstand (NTC).
2.2 Spoelen
• eenheid van zelfinductie;
• wisselstroom weerstand;
• opgeslagen energie in spoel;
• parallel-, serie schakeling;
• stroom-, spanningverloop.
2.3 Condensatoren
• eenheid van capaciteit;
• wisselstroom weerstand;
• opgeslagen energie in condensator;
• parallel-, serie schakeling;
• stroom-, spanningverloop.
2.4 Resonantie kringen
• parallel/serie kring;
• resonantie frequentie;
• impedantie;
• kwaliteits factor;
• selectiviteits factor;
• bandbreedte.
2.5 Filters
• hoog/laag doorlaatfilters;
a. werking;
b. uitvoering.
• bandfilters:
a. koppel factor;
b. soorten koppeling;
c. beïnvloeding bandbreedte door: koppeling, kwaliteits factor, verstemming.
2.6 Dioden
• lagen dioden:
a. opbouw en werking;
b. drempelspanning silicium-germanium dioden;
c. capaciteit en sperrichting.
• zener dioden:
a. stroom-spanning karakteristiek;
b. temperatuur afhankelijkheid.
2.7 Transistoren
• opbouw (NPN en PNP) en werking;
• relatie basis-, collector-emitter-stroom;
• fundamentele schakelingen:
a. gemeenschappelijke basis schakeling (G.B.S.);
b. gemeenschappelijke emitter schakeling (G.E.S.);
c. gemeenschappelijke collector schakeling (G.C.S.).
2.8 Kabels
• opbouw, eigenschappen en gebruik van:
a. normale kabel;
b. afgeschermde kabel;
c. coaxiale kabel: karakteristieke impedantie,
• stroom- en spanningsverloop langs de kabel (staande golfverhouding).
2.9 Verbindingsmiddelen
• mogelijkheid trekontlasting;
• vergrendeling en borging;
• kabelschoenen;
• kabelverbinders;
• pluggen;
• schakelaars.
3. Werkwijzen
3.1 Kabels
• draadstrippen;
• solderen van bedrading.
3.2 Kabelschoenen
• aanbrengen van kabelschoenen;
• verbuigen van kabelschoenen;
• aansluiten van kabelschoenen.
3.3 Kabelverbinders
• aanbrengen van kabelverbinders op draad zonder afscherming;
• aanbrengen van kabelverbinders op draad met afscherming;
• aanbrengen van meerdere kabelverbinders in draadbundels;
• meervoudige lasverbindingen.
3.4 Bevestigen en opbinden van electrische bedrading
• buigstralen;
• speling in draadlengten;
• afdruipbochten;
• gebruik van draadbeugels;
• gebruik van bindmiddelen.
4. Installatie
4.1 Beveiliging van electrische leidingen
• doel beveiliging;
• kabel doorsnede i.v.m. :
a. stroomsterkte;
b. omgevingstemperatuur;
c. spanningsverlies;
d. mechanische sterkte.
• thermische beveiliging:
a. maximaal schakelaars (circuit breakers), principe en werking;
b. smeltveiligheden (fuses), principe en werking;
• selectiviteit.
4.2 Doel en uitvoering van:
• aarding;
• bonding;
• afscherming.
5. Radiotechniek
5.1 Electromagnetische golven
• voortplantingssnelheid;
• polarisatie;
• golflengte en frequentie.
5.2 Basisschakelingen (principiële werking)
• gestabiliseerde voeding;
• oscillatoren;
• frequentie synthesizer;
• frequentie vermenigvuldiger;
• mengschakelingen;
• AM- modulatoren;
• AM- detectoren;
• versterkers;
• squelch schakelingen:
a. carrier squelch;
b. signal/noise squelch.
5.3 VHF -antennes
• werking en uitvoering;
• installatie voorschriften;
• stroom- en spanningsverloop langs een enkelvoudige dipool;
• invloed antenne-hoogte op de te overbruggen afstand in het VHF-gebied (30-300 MHz).
5.4 Basisbegrippen (bekendheid met)
• algemeen:
a. amplitide modulatie;
b. modulatie diepte;
c. vervorming;
d. decibel (dB).
• ontvangers:
a. automatische volume controle;
b. ontvangst gevoeligheid;
c. selectiviteit;
d. bandbreedte.
• zenders:
a. zendvermogen;
b. frequentie stabiliteit;
c. afluistersignaal.
6. Transponders
6.1 Basisbegrippen (bekendheid met)
a. mode A;
b. mode C;
c. mode S;
d. squawk;
e. ondervraging, communicatie.
7. Gereedschappen, meetinstrumenten
• principe en gebruik van:
a. stripgereedschap;
b. kabelschoentang;
c. universeelmeter;
d. frequentieteller;
e. output-meter;
f. signaal generatoren-meetzenders;
g. oscillograaf;
h. LF -millivolt meter;
i. reflectometer.
- Regeling
- Regeling opleiding en examen bevoegdverklaringen AML en Part-66 AML
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-01-2020
- BWB-id
- BWBR0024639
- Versie
- 2020-01-01_0