wetzoeker

Regeling parlementair en extern onderzoek

Soort
Reglement
Geldend vanaf
06-07-2023
Rechtsgebied
Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Staten-Generaal
BWB-id
BWBR0024414
Versie
2023-07-06_0
SHA-256 bron
f643a141720fbd129c9fccb70a8f9a07810c1b39b60bb11862ba2917ae6af616

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (32)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 13
  14. Artikel 13a
  15. Artikel 13b
  16. Artikel 13c
  17. Artikel 14
  18. Artikel 14bis
  19. Artikel 14ter
  20. Artikel 14quater
  21. Artikel 14a
  22. Artikel 14b
  23. Artikel 14c
  24. Artikel 14d
  25. Artikel 14e
  26. Artikel 14f
  27. Artikel 15
  28. Artikel 16
  29. Artikel 17
  30. Artikel 18
  31. Artikel 19
  32. Artikel 20

Hoofdstuk 1 — Algemeen en definities

Artikel 1

1 In deze regeling wordt verstaan onder:

a. onderzoek: een onderzoek door of voor de Kamer op basis van een besluit door de Kamer,

b. parlementair onderzoek: onderzoek door de Kamer,

c. extern onderzoek: onderzoek voor de Kamer,

d. enquêtecommissie: een commissie als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de parlementaire enquête 2008 en artikel 12.9 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer,

e. tijdelijke commissie: een commissie als bedoeld in artikel 12.10 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer.

2 Er zijn vier vormen van onderzoek:

a. parlementair onderzoek door een enquêtecommissie, in de variant van:

1° een beknopte enquête als bedoeld in artikel 14bis, of

2° een parlementaire enquête als bedoeld in artikel 14ter,

b. parlementair onderzoek door een tijdelijke commissie,

c. extern onderzoek in opdracht van de Kamer uitgevoerd door derden, en

d. extern onderzoek op verzoek van de Kamer uitgevoerd door derden.

Hoofdstuk 1 — Algemeen en definities

Artikel 2

Bij parlementair onderzoek draagt de Kamer verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het onderzoek. De Kamer legt de uitvoering van parlementair onderzoek in handen van een door de Kamer in te stellen enquêtecommissie of tijdelijke commissie.

Hoofdstuk 1 — Algemeen en definities

Artikel 3

1 Bij extern onderzoek is de uitvoerder verantwoordelijk voor de uitvoering en de uitkomsten.

2 De Kamer kan geen bevoegdheden aan derden overdragen in het kader van extern onderzoek.

3 Bij extern onderzoek kan een klankbordgroep van leden uit de meest betrokken commissie worden ingesteld. De dagelijkse begeleiding van de uitvoerder is in handen van de Griffier.

Hoofdstuk 2 — Besluitvorming

Artikel 4

1 Door een of meer leden of een commissie wordt een onderzoeksvoorstel opgesteld.

2 Het onderzoeksvoorstel bevat in ieder geval:

a. de aanleiding voor het onderzoek,

b. een vastomlijnde onderzoeksvraag en een opsplitsing daarvan in deelvragen,

c. een indicatie van de kosten van het onderzoek,

d. een indicatie van de tijdsduur van het onderzoek,

e. een indicatie van de verwachte inzet van de leden en de benodigde (ambtelijke) ondersteuning,

f. een onderbouwde keuze voor de vorm van het onderzoek en, indien het een parlementair onderzoek door een enquêtecommissie betreft, een onderbouwing van de noodzaak en de gekozen variant daarvan.

3 Het Presidium kan een aangenomen motie tot het doen van onderzoek aan de meest betrokken commissie voorleggen voor een nadere invulling van een of meer van de in het tweede lid genoemde onderwerpen.

4 Het Presidium kan tevens aan de Kamer voorstellen een tijdelijke commissie als bedoeld in artikel 7.2, eerste lid, van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer in te stellen die naar aanleiding van een aangenomen motie tot het doen van een enquêteonderzoek een onderzoeksvoorstel opstelt.

Hoofdstuk 2 — Besluitvorming

Artikel 5

Een voorstel om de Algemene Rekenkamer te verzoeken een onderzoek uit te voeren geldt als een voorstel voor onderzoek, bedoeld in artikel 1, tweede lid, onder d.

Hoofdstuk 2 — Besluitvorming

Artikel 6

Het onderzoeksvoorstel wordt aan het Presidium gezonden. Het Presidium behandelt het onderzoeksvoorstel en geeft de Kamer hierover advies.

Hoofdstuk 2 — Besluitvorming

Artikel 7

De Kamer besluit over het voorstel.

Hoofdstuk 3 — Bevoegdheden en uitvoering onderzoek door een tijdelijke commissie

Artikel 8

Nadat de Kamer tot het instellen van een parlementair onderzoek als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onder b, heeft besloten, draagt zij de uitvoering op aan een in te stellen tijdelijke commissie.

Hoofdstuk 3 — Bevoegdheden en uitvoering onderzoek door een tijdelijke commissie

Artikel 9

De bevoegdheden van een tijdelijke commissie zijn genoemd in artikel 7.25 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer.

Hoofdstuk 3 — Bevoegdheden en uitvoering onderzoek door een tijdelijke commissie

Artikel 10

Derden zijn niet verplicht medewerking te verlenen aan een tijdelijke commissie.

Hoofdstuk 3 — Bevoegdheden en uitvoering onderzoek door een tijdelijke commissie

Artikel 11

Vervallen

Hoofdstuk 3 — Bevoegdheden en uitvoering onderzoek door een tijdelijke commissie

Artikel 12

1 Een tijdelijke commissie kan verzoeken dat:

a. schriftelijke inlichtingen worden verstrekt;

b. afschriften van documenten worden verstrekt;

c. inzage in documenten wordt gegeven, of

d. kennisneming in documenten wordt verleend.

2 Voor de toepassing van de artikelen in dit hoofdstuk worden onder afschriften van documenten tevens schriftelijke inlichtingen begrepen.

Hoofdstuk 3 — Bevoegdheden en uitvoering onderzoek door een tijdelijke commissie

Artikel 13

1 De tijdelijke commissie kan tijdens hoorzittingen en in haar rapport citeren uit en verwijzen naar afschriften van documenten.

2 Naar afschriften van documenten die de tijdelijke commissie vertrouwelijk behandelt en archiveert, kan de tijdelijke commissie in hoorzittingen en haar rapport slechts verwijzen op niet-herleidbare, geparafraseerde en geanonimiseerde wijze.

3 De verstrekte documenten worden na afloop van het parlementair onderzoek opgenomen in het archief van de Kamer.

Hoofdstuk 3 — Bevoegdheden en uitvoering onderzoek door een tijdelijke commissie

Artikel 13a

1 Documenten die ter inzage aan de tijdelijke commissie zijn gegeven, worden vertrouwelijk behandeld.

2 De tijdelijke commissie verwijst niet naar de inhoud van deze documenten, tenzij dit is toegestaan op basis van afspraken met degene die de documenten ter inzage heeft gegeven.

3 De documenten worden voor de duur van het onderzoek overgebracht naar het gebouw van de Kamer, tenzij de commissie anders beslist. De documenten worden na afloop van het onderzoek teruggezonden aan degene die de inzage heeft gegeven.

4 De ter inzage verkregen documenten worden vermeld op een lijst, die wordt toegevoegd aan het vertrouwelijke deel van het archief. De commissie stelt beperkingen aan de openbaarheid van de lijst en vermeldt het bestaan ervan in haar rapport.

Hoofdstuk 3 — Bevoegdheden en uitvoering onderzoek door een tijdelijke commissie

Artikel 13b

1 De tijdelijke commissie bewaart geheimhouding omtrent de inhoud van documenten ter zake waarvan haar kennisneming is verleend.

2 De commissie bepaalt na overleg met de eigenaar van de documenten de plaats waar zij kan kennisnemen van de documenten.

Hoofdstuk 3 — Bevoegdheden en uitvoering onderzoek door een tijdelijke commissie

Artikel 13c

De tijdelijke commissie kan, zo nodig in afwijking van de artikelen 13 tot en met 13b, nadere afspraken maken over de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan verzoeken om documenten en schriftelijke inlichtingen.

Hoofdstuk 3 — Bevoegdheden en uitvoering onderzoek door een tijdelijke commissie

Artikel 14

Indien tijdens het onderzoek van de tijdelijke commissie tevens een strafrechtelijk, bestuursrechtelijk of tuchtrechtelijk onderzoek plaatsvindt naar het onderwerp van het onderzoek van de commissie of naar personen die voorkomen in dat onderzoek, vindt overleg plaats tussen de tijdelijke commissie en het orgaan dat het andere onderzoek uitvoert, indien van toepassing met tussenkomst van de betrokken minister.

Hoofdstuk 3a — Varianten, bevoegdheden en uitvoering onderzoek door een enquêtecommissie › § 3a.1 — Varianten

Artikel 14bis

De variant van een beknopte enquête is een parlementair onderzoek door een enquêtecommissie met een beknopte onderzoeksvraag.

Hoofdstuk 3a — Varianten, bevoegdheden en uitvoering onderzoek door een enquêtecommissie › § 3a.1 — Varianten

Artikel 14ter

De variant van een parlementaire enquête is elk ander parlementair onderzoek door een enquêtecommissie dan dat bedoeld in artikel 14bis.

Hoofdstuk 3a — Varianten, bevoegdheden en uitvoering onderzoek door een enquêtecommissie › § 3a.1 — Varianten

Artikel 14quater

Indien een enquêtecommissie die een parlementair onderzoek uitvoert in de variant van een beknopte enquête het noodzakelijk acht haar onderzoek voort zetten in een andere variant, doet zij daartoe een voorstel als bedoeld in artikel 4 aan de Kamer.

Hoofdstuk 3a — Varianten, bevoegdheden en uitvoering onderzoek door een enquêtecommissie › § 3a.2 — Bevoegdheden en uitvoering

Artikel 14a

1 Een enquêtecommissie kan op basis van de artikelen 5 en 6 van de Wet op de parlementaire enquête 2008:

a. schriftelijke inlichtingen vorderen;

b. afschriften van documenten vorderen;

c. inzage in documenten vorderen, of

d. kennisneming van documenten vorderen.

2 Voor de toepassing van de artikelen in dit hoofdstuk worden onder afschriften van documenten tevens schriftelijke inlichtingen begrepen.

Hoofdstuk 3a — Varianten, bevoegdheden en uitvoering onderzoek door een enquêtecommissie › § 3a.2 — Bevoegdheden en uitvoering

Artikel 14b

1 De enquêtecommissie kan in haar verhoren en haar rapport citeren uit en verwijzen naar afschriften van documenten.

2 Indien de afschriften van documenten op grond van artikel 40 van de Wet op de parlementaire enquête 2008 na afloop van het onderzoek vertrouwelijk gearchiveerd zullen worden, kan de commissie naar de inhoud van deze documenten in haar verhoren en rapport slechts verwijzen op niet-herleidbare, geparafraseerde en geanonimiseerde wijze.

Hoofdstuk 3a — Varianten, bevoegdheden en uitvoering onderzoek door een enquêtecommissie › § 3a.2 — Bevoegdheden en uitvoering

Artikel 14c

1 De enquêtecommissie behandelt de documenten waarin haar inzage is gegeven vertrouwelijk en verwijst niet naar hun inhoud, tenzij dit is toegestaan op basis van afspraken met degene die de documenten ter inzage heeft gegeven.

2 De documenten worden voor de duur van de enquête overgebracht naar het gebouw van de Kamer, tenzij de commissie anders beslist. De documenten worden na afloop van de enquête teruggezonden aan de verstrekker en niet opgenomen in het enquêtearchief.

3 De ter inzage verkregen documenten worden vermeld op een lijst, die wordt toegevoegd aan het vertrouwelijke enquêtearchief. De commissie stelt beperkingen aan de openbaarheid van de lijst en vermeldt het bestaan ervan in haar rapport.

Hoofdstuk 3a — Varianten, bevoegdheden en uitvoering onderzoek door een enquêtecommissie › § 3a.2 — Bevoegdheden en uitvoering

Artikel 14d

1 De enquêtecommissie bewaart geheimhouding omtrent de inhoud van de documenten ter zake waarvan haar kennisneming is verleend. De inhoud van deze documenten wordt door de commissie op geen enkele wijze naar buiten gebracht.

2 De commissie bepaalt na overleg met degene die kennisneming van de documenten verleent, de plaats waar zij kan kennisnemen van de documenten.

Hoofdstuk 3a — Varianten, bevoegdheden en uitvoering onderzoek door een enquêtecommissie › § 3a.2 — Bevoegdheden en uitvoering

Artikel 14e

De enquêtecommissie kan, zo nodig in afwijking van de artikelen 14b tot en met 14d, nadere afspraken maken met de betrokken minister of met derden over de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan een vordering tot het verstrekken van afschrift van, inzage in of kennisneming van documenten.

Hoofdstuk 3b — Ondersteuning (oud-)leden die worden gehoord

Artikel 14f

1 Het Presidium treft voorzieningen voor de ondersteuning van leden en oud-leden van de Tweede Kamer die door een enquêtecommissie als getuige of deskundige worden gehoord vanwege hun rol als lid van de Tweede Kamer.

2 Het Presidium deelt de voorzieningen, en elke wijziging daarvan, mee aan de Kamer.

Hoofdstuk 4 — Aanbieding en beëindiging

Artikel 15

1 Alle rapporten van tijdelijke commissies en enquêtecommissies worden aangeboden aan de Voorzitter van de Kamer.

2 Het rapport wordt doorgeleid naar de meest betrokken commissie.

3 Extern onderzoek voor de Kamer door derden wordt direct aangeboden aan de meest betrokken commissie.

Hoofdstuk 4 — Aanbieding en beëindiging

Artikel 16

Nadat een tijdelijke commissie aan de Kamer verantwoording over haar werkzaamheden heeft afgelegd, beëindigt de Kamer het parlementair onderzoek en heft zij de tijdelijke commissie op.

Hoofdstuk 5 — Archivering en toegankelijkheid van documenten

Artikel 17

1 Met ingang van de dag dat de Kamer het parlementair onderzoek beëindigt, gaan van rechtswege over op de Kamer:

a. de documenten die op verzoek aan de tijdelijke commissie zijn verstrekt;

b. de documenten die zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad, en

c. andere documenten die de tijdelijke commissie van belang acht.

2 Bij extern onderzoek berust de verantwoordelijkheid voor de archivering bij de uitvoerder, voor zover de Kamer geen aanspraak wenst te maken op de door derden in opdracht van de Kamer verzamelde documenten.

Hoofdstuk 5 — Archivering en toegankelijkheid van documenten

Artikel 18

1 Er wordt tot de dag waarop de tijdelijke commissie haar rapport aanbiedt aan de Kamer geen inzage gegeven in documenten die onder de commissie berusten tenzij de tijdelijke commissie anders besluit.

2 De tijdelijke commissie kan voor de periode na de dag waarop zij haar rapport aanbiedt aan de Kamer beperkingen stellen aan de openbaarheid van documenten die onder de commissie berusten of, nadat deze documenten op grond van artikel 17, eerste lid, zijn overgegaan op de Kamer, hebben berust. Deze beperkingen gelden zolang de documenten onder de commissie onderscheidenlijk de Kamer berusten.

3 De Kamer kan besluiten een op grond van het tweede lid aan de openbaarheid gestelde beperking op te heffen, dan wel deze ten aanzien van een verzoeker, die bij kennisneming een bijzonder belang heeft, buiten toepassing te laten. De Kamer kan een verzoeker geheimhouding opleggen over de inhoud van documenten waarin hem inzage is verleend.

Hoofdstuk 5 — Archivering en toegankelijkheid van documenten

Artikel 19

Bij extern onderzoek berust de verantwoordelijkheid voor de toegang tot het archief bij de uitvoerder met inachtneming van artikel 17, tweede lid.

Hoofdstuk 6 — Slotbepaling

Artikel 20

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling parlementair en extern onderzoek.