wetzoeker

Artikel 3a Wet inkomensvoorziening oudere werklozen

De voorwaarden voor het recht op uitkering

1 Recht op een uitkering op grond van deze wet heeft tevens de persoon:

a. voor wie tussen 31 december 2007 en 1 januari 2028 recht is ontstaan op de loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering;

b. die op de dag dat het recht op de loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering ontstond 60 jaar en 4 maanden of ouder is, en

c. op wie geen uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 6 van toepassing is.

2 Het recht op een uitkering op grond van dit artikel ontstaat op de dag na de dag waarop de geldende uitkeringsduur van de loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering is verstreken en kan niet eerder ontstaan dan na inwerkingtreding van deze wet.

3 Het eerste lid is niet van toepassing indien artikel 59, zesde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen toepassing heeft gevonden, tenzij de eerste dag van de werkloosheid op grond waarvan een uitkering op grond van de Werkloosheidswet werd ontvangen als bedoeld in dat artikel, lag op of na 1 oktober 2006 en de persoon op die dag 60 jaar en 4 maanden of ouder was.

Regeling
Wet inkomensvoorziening oudere werklozen
Afkortingen
IOW, Wet IOW
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0024394
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl